Oranje-aanvoerster Sherida Spitse denkt dat Nederland donderdag een goede kans heeft om ten koste van Engeland de EK-finale te halen. Acht jaar geleden werd tegen hetzelfde land nog verloren in de halve finale van het EK.

De 27-jarige middenveldster van FC Twente, die aan haar 138e interland begint, heeft in de tussenliggende acht jaar het Nederlandse vrouwenvoetbal stapsgewijs zien ontwikkelen.

"In 2009 was ons spel vooral gebaseerd op tegenhouden en op de counter proberen doelpunten te maken. Nu zit er veel meer voetbal in dit Oranje", zegt Spitse. "En als het voetballend even niet gaat, knokken we met elkaar om geen doelpunt tegen te krijgen."

Na een paar succesvolle seizoenen in de Noorse competitie keerde Spitse vanwege haar privésituatie begin dit jaar terug bij FC Twente.

De vrouwen uit Enschede spelen hun thuiswedstrijden in Hengelo met doorgaans slechts een paar honderd toeschouwers langs de kant. Als Spitse donderdag de Grolsch Veste instapt, zal het stadion van FC Twente met 30.000 mensen gevuld zijn.

Voorfinale

"Het geeft alleen maar meer energie als je voor zoveel fans kan voetballen", aldus Spitse, die de aanvoerdersband heeft overgenomen van de naar de bank verwezen Mandy van den Berg. "Het zou mooi zijn als er door onze successen op het EK in de toekomst ook meer mensen komen kijken bij de Nederlandse clubs. Want ja, dat mag wel wat meer."

De Friezin is te nuchter om zich druk te maken over het enorme contrast. "Ach, ik heb het toch niet voor het zeggen." Spitse focust zich liever op de komende opdracht voor Oranje: winnen van Engeland. "Dat is het enige waar we mee bezig zijn."

De winnaar van het duel in Enschede treft drie dagen later in hetzelfde stadion in de finale Denemarken of Oostenrijk, twee landen die lager aangeschreven staan. "Een 'voorfinale' tegen Engeland? Nee, zo zien wij het niet. Het is toch echt de halve finale. En daarna kijken we wel verder."