Johan Cruijff vindt dat Nederlandse talenten in de eredivisie vaak te veel moeten corrigeren en daardoor geremd worden in hun ontwikkeling.

Dat schrijft hij maandag in zijn column voor De Telegraaf.

Cruijff constateert dat de talenten de dupe zijn van het gebrek aan niveau van hun medespelers. Als voorbeeld noemt hij middenvelders Davy Klaassen (22) en Donny van de Beek (18) van Ajax.

"Omdat anderen vergeten om naar de bal te blijven kijken of niet in staat zijn een bal goed in te spelen of aan te nemen, moeten types als Klaassen en Van de Beek te veel doen. Zo worden talenten uiteindelijk opgeblazen", aldus Cruijff.

"Het probleem is dat ze alle twee zoveel zien, dat ze vanuit hun verantwoordelijkheid richting het team vaak gedwongen worden om meer te lopen dan nodig zou moeten zijn. Ook omdat anderen minder snel reageren op wat zij doen."

Volgens Cruijff leidt dat ook tot blessures. "Klaassen heeft al een paar keer een blessure gehad en voorkomen moet worden dat straks ook Van de Beek te snel in zijn reserves komt te zitten."

Weglopen

De 68-jarige Amsterdammer, die lijdt aan longkanker, vindt spelers in de eredivisie meer om zich heen moeten kijken. "Ik heb jong geleerd dat ik de bal nooit uit het oog mag verliezen. Daar draait alles om en daar moet alles op afgestemd zijn."

"Daarom kijk ik met verbazing hoe vaak volwassen spelers in de eredivisie met hun rug naar de bal staan of weglopen. Zoals Joël Veltman het tegen Feyenoord deed en Ajax dankzij een ingreep van Klaassen nog een punt zou redden."

Cruijff doelt echter niet alleen op de verdedigers. "Ook de aanvallers doen het. Te vaak zie ik dat Fischer, Milik en El Ghazi dertig meter terug lopen als de keeper van de tegenpartij de bal heeft, zonder dat ze naar een tegenstander of de bal kijken. Dit zijn professionele fouten die op dit niveau niet gemaakt mogen worden."