Real Madrid heeft dinsdag de Europese Super Cup veroverd ten koste van Sevilla. De winnaar van de Champions League zegevierde dankzij twee treffers van Cristiano Ronaldo met 2-0 in Cardiff.

De Portugese aanvaller opende na een halfuur spelen de score en verdubbelde de marge vlak na rust.

De 'Koninklijke' legde pas één keer eerder in de clubgeschiedenis beslag op de trofee, in 2002 tegen Feyenoord. In 1998 en 2000 stapten de Spanjaarden als verliezer van het veld.

Sevilla ging voor de tweede keer ten onder in de traditionele strijd tussen de winnaars van de Champions League en UEFA Cup/Europa League. In 2007 verloren de 'Sevillistas' eveneens, terwijl een jaar eerder wel werd gewonnen.

Real trad in het Cardiff City Stadium aan met miljoenenaankopen Toni Kroos en James Rodriguez. Pas na een halfuur spelen konden de Madrilenen het veldoverwicht uitdrukken in cijfers. Ronaldo werkte een voorzet van Gareth Bale, die in zijn geboortestad speelde, achter zijn landgenoot Beto.

Een paar minuten na rust tekende de Portugees voor de tweede goal; na een fraaie aanval kreeg Ronaldo de bal van Karim Benzema, waarna hij met links doeltreffend uithaalde in de verre hoek.

Overwicht

Trainer Carlo Ancelotti had in Wales basisplaatsen ingeruimd voor bijna alle grote namen. Het basiselftal van de 'Koninklijke' vertegenwoordigde een transferwaarde van een kleine 500 miljoen euro en dan zaten Angel Di Maria, Isco, Raphaël Varane en Marcelo nog op de bank.

Het verschil op papier was ook het veld goed zichtbaar; Sevilla kon zonder de naar FC Barcelona vertrokken Ivan Rakitic weinig uitrichten.

Desondanks kreeg de winnaar van de Europa League in de eerste helft wat kansjes. Vitolo en Daniel Carriço stuitten echter op Iker Casillas, die van Ancelotti nog de voorkeur kreeg boven de Keylor Navas. In het vervolg was Real de bovenliggende partij en kwam de overwinning geen seconde in gevaar voor de oppermachtige hoofdstedelingen.