Ruud van Nistelrooij (37) hoefde niet lang na te denken toen afgelopen winter de nieuwe bondscoach Guus Hiddink belde met de vraag of hij een van zijn assistenten wilde worden.

"Ik dacht: oké, dit is mooi", vertelt de 70-voudig international, die nog net niet meteen 'ja' zei.

"Maar ik voelde wel meteen dat ik het wilde, al was ik ook verbaasd. Ik was totaal niet bezig met het feit dat ik in aanmerking zou kunnen komen voor zo'n functie. En ik had Hiddink lang niet gesproken."

Een paar dagen later reed Van Nistelrooij naar Hiddinks huis in Amsterdam voor een kop koffie. "We hebben nog even wat dingen doorgenomen. Hoe hij mijn rol zag met die van Danny Blind, zijn andere assistent. Twijfel was er niet. Door dat gesprek werd mijn gevoel alleen maar beter. Ik wilde heel graag."

Op 1 augustus gaat het grote werk beginnen. Dan worden Hiddink, Blind en Van Nistelrooij officieel gepresenteerd. Tot die tijd werkt Van Nistelrooij nog voor de NOS als analyticus. Afgelopen zaterdag liet hij in de studio zijn licht schijnen over de Champions League-finale van zijn oude club Real Madrid tegen stadgenoot Atletico. Een dag later was hij aanwezig bij het straatvoetbaltoernooi Winner Stays van Nike in Amsterdam.

Van Nistelrooij was zelf vooral een doelpuntenmachine. En minder de getructe voetballer, zoals de jongens op het straatvoetbalveld bij de Westergasfabriek. "Het draaide bij mij vooral om functionaliteit", beaamt hij. "Maar ik voetbalde vroeger wel veel op straat, daar leer je de basis. We hadden wel een grasveldje in de buurt, maar dat was vooral zand. Dus ik speelde meestal tussen de garageboxen. Het was gewoon lekker voetballen. Het altijd willen scoren kwam pas later, tijdens mijn carrière als prof."

En wanneer kwam het idee dat je later ook nog trainer zou worden?
"Pas na mijn carrière. Als speler had ik dat gevoel niet, ik was er ook totaal niet mee bezig. Ik was vrij single minded. Puur gefocust op presteren op het veld en dus was het onmogelijk om me met dat soort vragen bezig te houden."

En dan op een dag zit je als gepensioneerde voetballer voor de televisie en denk je…
"Het kwam vanzelf op gang. Nadat ik in 2012 stopte, heb ik een sabbatical genomen. En dan ga je denken over wat er de afgelopen twintig jaar is gebeurd. En wat wil ik nog? Die vragen stelde ik mezelf en dat besprak ik met mijn vrouw en de familie. Zo kwam ik erachter dat het me mooi lijkt om mijn ervaring als speler over te brengen op jonge jongens. Dat is mijn drive om trainer te worden."

Wat kan een speler van jou leren?
"Daar kan ik nu nog geen antwoord op geven, maar dat is ook het interessante ervan. Dat merk ik wel door met spelers aan de slag te gaan. Het gaat er uiteindelijk om dat ik spelers verder help, op wat voor manier dan ook. Hoe moet je omgaan met druk? Of hoe is het om bij Real Madrid te spelen? Die ervaring wil ik overbrengen."

Als speler kon jij weleens heel boos worden. We hebben jou ooit na een wissel een bidon zien schoppen richting bondscoach Dick Advocaat. Kun jij als trainer ook zo boos worden?
"Haha, ik sluit niets uit. Maar ik zie me dat als assistent-bondscoach niet zo snel doen. Je bent dan verantwoordelijk, daar pas je je wel een beetje op aan. We zullen zien hoeveel dat is."

Het kan voor oud-topvoetballers heel snel gaan in het trainerschap. De assistenten van Oranje op het vorige WK zijn nu trainer van Ajax en PSV. Wil jij dat ook?
"Op de vraag of ik na twee jaar als assistent-bondscoach trainer wil zijn van Ajax of PSV zeg ik op dit moment 'nee'. Maar ik wil wel verder in het trainersvak. Dit is geen losse flodder. En wat ik over twee jaar wil en of ik dan klaar ben voor wat voor job dan ook, dat ga ik op dat moment bekijken."

Kan het ook zijn dat jij uiteindelijk in die rol van assistent blijft hangen? Dennis Bergkamp zei bijvoorbeeld onlangs dat hij het hoofdtrainerschap niet echt ambieert.
"Dat zou ook kunnen. Mijn stap in het trainersvak is open. Als ik klaar denk te zijn voor een klus als hoofdtrainer, dan zet ik die stap. Misschien komt dat moment niet. Maar misschien ook wel. Het is een proces."

Hoe zit jij volgende maand naar het WK te kijken?
"Dat wordt heel anders. Alles wat ik daar zie van Oranje wordt meteen vertaald naar augustus. Wat voor indruk maken ze? Hoe ontwikkelen bepaalde spelers zich? Ik denk dat Oranje kan verrassen. Het lekkere van dit toernooi is dat er zo weinig verwacht wordt. Dat is makkelijker voetballen dan wanneer je het als topfavoriet waar moet maken. Er zit ook veel talent in de selectie en ik denk dat Louis Van Gaal dat met zijn visie heel sterk kan neerzetten, of dat nou in systeempje 1 of 2 is."

Maar de spelers waarvan je het meest mag verwachten, zoals Robben, Van Persie en Sneijder, die zijn allemaal rond de dertig. Er moeten dus wel wat jonge jongens stappen gaan maken de komende twee jaar.
"Zeker. Maar je weet nooit wie er opkomt. Zo'n Memphis Depay kan het in Brazilië ineens een paar wedstrijden fantastisch doen. Anderen ook. Het talent is er voor de komende jaren."

Ga jij dat ook nog als analyticus meemaken?
"Ik moet niet stoppen, maar ik doe het wel na het WK. Ik vind namelijk dat het niet bij mijn nieuwe job past. Ik kan straks niet meer 100 procent objectief zijn als ik als analyticus moet opdraven bij een wedstrijd van Bayern München met Robben."

Vind je het jammer dat je gaat stoppen?
"Nee. Zoals ik al zei: als speler was ik single minded. Ik was extreem gefocust op het presteren op het veld. En ook als trainer wil ik straks 100 procent met mijn vak bezig zijn. Voor het werk als analyticus is dan geen plaats meer."