RKC Waalwijk heeft een forse financiële tegenvaller te verwerken. De rechtbank in Den Bosch heeft in hoger beroep bepaald dat de eredivisionist 771.000 euro aan de fiscus moet betalen. 

Dat bedrag bestaat uit misgelopen loonbelasting en bijbehorende boetes voor de spelers Dejan Govedarica en Joeri Petrov die in 1998 bij RKC speelden. Dat heeft RKC-directeur Remco Oversier donderdag bevestigd.

''De uitspraak werd eind december al gedaan en sindsdien zijn we in gesprek met de Belastingdienst om te kijken hoe we dit op gaan lossen'', aldus Oversier.

Een dergelijk bedrag is voor RKC, met de laagste begroting in de eredivisie, niet meteen op te hoesten. Er moet volgens de directeur ook nog worden gekeken wie er aansprakelijk moet worden gesteld.

Duidelijkheid

De Belastingdienst houdt de vereniging RKC verantwoordelijk voor de fouten die in 1998 zijn gemaakt. De club is in de tussentijd overgegaan van vereniging naar betaaldvoetbalorganisatie.

Volgens Oversier wordt dat punt meegenomen in het overleg waarin word bepaald wie de kosten moet dragen. RKC heeft vrijdag weer een gesprek met de fiscus, waarna er meer duidelijkheid zou moeten komen.

''De Belastingdienst is er niet om mensen, bedrijven of clubs en verenigingen kapot te maken. Dus er wordt nu gekeken naar hoe de zaak zo goed mogelijk kan worden opgelost'', sprak Oversier het vertrouwen uit om tot een goede oplossing voor beide partijen te komen.

Boetes

Met name de boetes hebben het bedrag aan misgelopen loonbelasting zo hoog gemaakt. Destijds betaalde RKC een som aan een zaakwaarnemer, die het geld vervolgens via buitenlandse rekeningen doorsluisde naar de rekeningen van Govedarica en Petrov.

De Belastingdienst kwam dat op het spoor en ziet het betaalde geld dus als salaris, waar belasting over moet worden betaald.

De Waalwijkers staan momenteel op de zestiende plek in de eredivisie, met vier punten voorsprong op hekkensluiter Roda JC.