Albert Stuivenberg heeft een valse start gemaakt als bondscoach van Jong Oranje. Tegen Jong Tsjechië werd woensdag een oefenduel met 1-0 verloren.

Van de elf spelers die in Praag begonnen aan het duel met de Tsjechen, debuteerden er vijf: doelman Warner Hahn, Joshua Brenet, Stefano Denswil, Kevin Jansen en Guus Hupperts. 

Met Mike van der Hoorn, Tonny Vilhena, Adam Maher en Memphis Depay stonden er vier man in de basis die in juni deel uitmaakten van de selectie voor het jeugd-EK in Israël. Ook Jetro Willems en Jürgen Locadia stonden in de basis.

Jong Oranje domineerde voor rust en kreeg via Vilhena, Brenet en Maher goede kansen op de openingstreffer. In de tweede helft, waarin elf nieuwe spelers op het veld verschenen, zag Stuivenberg hoe zijn ploeg het moeilijker kreeg met Tsjechië. 

Petrak kopte twintig minuten voor tijd uit een vrije trap raak, waardoor Stuivenberg met een nederlaag begon aan zijn klus bij Jong Oranje.

Beter ingespeeld

De 42-jarige Stuivenberg heeft Jong Oranje overgenomen van Cor Pot, die na het EK stopte. Hij vierde eerder grote successen met het Nederlands elftal voor spelers onder zeventien jaar.

Bij Jong Oranje moet de Rotterdammer gaan bouwen aan een heel nieuw team, met spelers die geboren zijn op of na 1 januari 1992, waarmee hij zich hoopt te kwalificeren voor het EK van 2015 in Tsjechië. De beloften openen de kwalificatie op 5 september tegen Schotland. 

''Ondanks het verlies tegen Tsjechië hebben we ook genoeg goede dingen gezien die we nu kunnen evalueren'', zei Stuivenberg.

"Ons belang was om te zien hoe deze nieuwe jongens op dit niveau zouden acteren, tegen een sterk land met enorm fitte spelers. Tsjechië heeft in juni al een vierlandentoernooi gespeeld en is iets beter ingespeeld dan wij." 

"Voor ons begint het proces pas. Desondanks waren wij de betere ploeg. Ik had graag een andere uitslag gezien, maar dat hebben we uiteindelijk ook niet afgedwongen.''