ROTTERDAM - Jerson Cabral (21) werd een tijdlang niet opgeroepen voor Jong Oranje, maar bij zijn rentree in de gewonnen play-offs om een EK-ticket tegen Jong Slowakije viel de buitenspeler twee keer sterk in en stond hij aan de basis van twee doelpunten. 

Door Sander van Hal

“Ik wilde belangrijk zijn voor het team en dat is gelukt”, stelt de aanvaller van FC Twente na de met 2-0 gewonnen return tevreden vast. “Van zenuwen had ik geen last. Daar heb ik eigenlijk nooit last van.”

Pas voor het eerst dit seizoen heb je kunnen laten zien wat je waard bent. Bij je nieuwe club ben je behoudens een basisplaats in een bekerpotje nog niet verder gekomen dan twee invalbeurten.
“Op dit moment moet ik het vooral hebben van de wedstrijden met Jong Oranje, ja. Maar ik ben bezig om daar zo snel mogelijk verandering in aan te brengen, door ook op de club keihard te werken.”

“Hopelijk heb ik met mijn invalbeurten tegen Slowakije aan de trainer (Steve McClaren, red.) laten zien dat ik er ben. Ik ga ervan uit dat hij mijn prestaties bij Jong Oranje heeft meegekregen, al wil ik niet op de zaken vooruit lopen.”

Je hebt met Dusan Tadic en Nacer Chadli niet de minste concurrenten bij Twente…
“Klopt, het zijn goede voetballers. Heel goede voetballers zelfs. Maar ik ga altijd uit van mijn eigen kwaliteiten. Ik weet wat ik kan en dat heb ik nu gelukkig weer even kunnen showen. Hier moet ik op voortborduren.”

Hoe ga jij Tadic of Chadli uit de basis spelen?
“Gewoon, door hard mijn best te doen. Het gaat niet makkelijk worden, maar ik blijf gewoon bikkelen.”

Wat is jou voorgespiegeld toen je van Feyenoord naar Twente kwam?
“Ik wist dat ik in eerste instantie niet voor de basis werd gehaald. Dat het even zou duren voordat ik me daar in zou spelen. Maar ja, bij Feyenoord zat ik op de tribune. Nu ben ik een stuk dichter bij een basisplaats dan vóór mijn transfer, dus mij hoor je niet klagen.”