ZEIST - Voor Henk Kesler (61) was het dinsdag op het hoofdbureau van de KNVB in de Zeister bossen een gedenkwaardige dag. De geboren Tukker beleefde zijn laatste officiële werkdag als directeur betaald voetbal.

Op 14 oktober zwaait de voetbalwereld hem uit tijdens een feestelijke avond in theater Figi in Zeist. Hij blijft na zijn vertrek nog wel enkele werkzaamheden voor de KNVB verrichten.

Op de website van de voetbalbond blikte Kesler dinsdag tevreden terug op tien ''bewogen'' jaren. ''In mijn begintijd waren de zaken nog te overzien. Ik was de enige directeur, nu hebben we er drie."

Tellen mee

"Daarnaast is in die tien jaar het personeelsbestand bijna verdubbeld; het bondsbureau telt nu bij betaald voetbal ongeveer negentig werknemers. We zijn financieel gezond en een bond die wereldwijd meetelt qua aanzien en organisatie.''

Onder Kesler heeft de KNVB zich op commercieel gebied spectaculair ontwikkeld. Ook kregen de competities in de eredivisie en Jupiler League hoge prioriteit.

''Ik ergerde me mateloos aan het rommelige verloop. Als je zondagavond naar Studio Sport keek, zag je dat NEC acht wedstrijden gespeeld had en Feyenoord vier. Te gek voor woorden.''

Geen speelbal

Kesler liet zich door de plaatselijke autoriteiten niet als speelbal gebruiken. ''Ik heb toen Bert van Oostveen competitieleider gemaakt en we hebben gezegd: de competitie is heilig voor ons."

"We plannen zorgvuldig en daarna wordt er gewoon gespeeld, geen smoesjes meer. De competitie is nu helder, zit goed in elkaar en is de laatste jaren spannender dan ooit.''

Kesler kreeg in zijn beginjaren als directeur ook veelvuldig te maken met voetbalvandalisme. ''Bij de overheid kregen we onvoldoende steun voor de bestrijding hiervan."

"Daarom hebben we in 2006 zelf het initiatief genomen om in samenwerking met de Vrije Universiteit uit Amsterdam met een voetbalwet te komen.''

Voetbalwet

Kesler: ''Na een moeizame strijd is uiteindelijk de huidige voetbalwet aangenomen, zoals die in de volksmond heet. Niet zo streng als we hadden gehoopt, maar wel een begin. We zullen nu moeten afwachten hoe burgemeesters en officieren van justitie daarmee omgaan."

"Maar het is in elk geval een mogelijkheid om meer te doen tegen hooligans. Ook positief is dat de relatie met de overheid aanzienlijk is verbeterd, met meer onderling begrip. Daar heb ik mijn steentje aan bijgedragen.''