DEN HAAG - Bondscoach Bert van Marwijk herkent zich niet in de kritiek dat zijn elftal de WK-finale te hard heeft gespeeld. Vooral in de buitenlandse media klonk deze kritiek door over Oranje. Van Marwijk vindt het jammer als dit beeld is ontstaan.

''Het past niet bij mij en het past niet bij ons team.''

De geridderde coach zei dat dinsdag op het Catshuis in Den Haag, waar het voetbalgezelschap was ontvangen door demissionair premier Jan Peter Balkenende.

Niet extreem

Van Marwijk zei dat hij nog geen tijd heeft gehad om de beelden terug te zien van de finale. ''Ik wil er niet overheen stappen.

Er waren een paar ongelukkige momenten maar vanaf de bank aan de zijkant van het veld heb ik niet gezien dat het nou zo extreem was.'' Het forse aantal gele kaarten had volgens hem ook te maken met de scheidsrechter.

Hij heeft zich ook enigszins verbaasd over de kritiek van bepaalde personen op het spel van Oranje. ''Vlak daarvoor waren deze mensen nog heel complimenteus. Ik vind ook dat we juist veel discipline hebben getoond'', aldus Van Marwijk.

Negatieve uitlatingen

Middenvelder Mark van Bommel is het volstrekt niet eens met de negatieve uitlatingen, die hij zelf nog niet had gelezen. Hij wees erop dat ook de Spanjaarden flink wat gele kaarten kregen.

''Het maakt me ook niet uit. We moeten het ook eens van de positieve kant bekijken en trots zijn op de prestatie. Het is heel jammer en typisch Nederlands om dat niet te doen'', aldus Van Bommel, die denkt dat de buitenlandse kritiek in Nederland wordt overgenomen.

'Grandioze prestatie'

Balkenende ging niet in op de tactiek maar vindt dat het team moet worden beoordeeld op het totaal. ''Het is een grandioze prestatie en dat weten ze ook in het buitenland.'' Hij denkt daarom niet dat het beeld over Nederland - door de vermeende harde spelstijl - slecht uitpakt.

Vertrekkend vicepremier André Rouvoet (Jeugd en Gezin) meent dat als Oranje had gewonnen, je dit soort negatieve geluiden niet had gehoord. ''Belangrijk is dat het een echt team was. Daar zat de kracht in en dat hebben we lange tijd niet gehad in Nederland'', aldus Rouvoet.