De advocaten van de nabestaanden van de ramp met MH17 in juli 2014 hebben maandag in een toelichting aan de rechtbank gezegd dat gerechtigheid centraal staat. In de rechtbank van Den Haag werd er gesproken over nog te geven slachtofferverklaringen en het indienen van schadevergoedingen.

"Antwoord op de vraag wat er is gebeurd op 17 juli 2014 staat centraal", aldus advocaat Arlette Schijns namens de nabestaanden.

Aan boord van het vliegtuig waren 298 mensen, onder wie 196 Nederlanders. Niemand overleefde de ramp. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) is het toestel neergehaald met een buk-raket uit Rusland.

Vier mannen staan terecht voor betrokkenheid bij het neerhalen van MH17. Slechts een van hen laat zich vertegenwoordigen door een advocatenteam.

Zelf spreken de nabestaanden liever van een "herstelbetaling". Tot nu toe hebben 316 nabestaanden gezegd een verzoek tot schadevergoeding te willen indienen.

Het OM zegt dat deze vorderingen uiterlijk februari volgend jaar ingediend moeten worden om ze nog op tijd kenbaar te maken bij de verdachten. Zij hebben het recht te reageren op deze vorderingen.

Kans klein dat verdachten vergoeding betalen

Als het gaat om het spreekrecht hebben 76 mensen laten weten te willen spreken. Een deel van hen in het Engels en één in het Duits.

Omdat de ramp zich in 2014 heeft voltrokken, kunnen nabestaanden geen aanspraak doen op zogenoemde affectieschade, oftewel smartengeld. Deze wet is pas in 2019 in werking getreden.

Geen van de verdachten is sinds de aanvang van het proces verschenen in de rechtszaal en de kans lijkt dus klein dat zij een eventuele schadevergoeding zullen betalen. In dat geval zal de Nederlandse Staat het bedrag uitkeren.