Het ministerie van Veiligheid en Justitie hoeft informatie over de afwikkeling van de vliegramp met vlucht MH17 niet openbaar te maken. Dat heeft de Raad van State woensdag bepaald.

Het gaat om verslagen van vergaderingen die verschillende ministers hadden over de afhandeling van de vliegramp. In de weken na de ramp, kwamen de betrokken ministers geregeld samen in een crisisteam om de nasleep te bespreken.

In februari bepaalde de rechtbank Midden-Nederland dat deze verslagen openbaar moeten worden gemaakt. Het ministerie ging in beroep, omdat het openbaren van het vertrouwelijk overleg schadelijk kan zijn voor de relatie met andere landen.

"De Staat heeft er groot belang bij dat ministers en de overige aanwezigen bij vergaderingen van de commissie, evenzeer als deelnemers aan de ministerraad, onbelemmerd met elkaar kunnen spreken", aldus de Afdeling bestuursrechtspraak.

Vertrouwelijk

Volgens de Raad van State is het noodzakelijk dat de informatie vertrouwelijk blijft, omdat het aannemelijk is dat openbaarmaking het goed functioneren van de commissie in gevaar brengt. Dat wordt belangrijker geacht dan het belang dat is gemoeid met openbaarmaking.

"Het belang bij openbaarheid weegt niet op tegen de belangen die met de weigering zijn beschermd, zoals de betrekkingen van Nederland met andere staten en internationale organisaties, de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen en het beschermen van persoonlijke beleidsopvattingen", luidt het oordeel.

Onleesbaar

De NOS, de Volkskrant, RTL Nieuws probeerden via de Wet openbaarheid van bestuur meer informatie boven tafel te krijgen over de nasleep van de ramp met de MH17. De redacties willen het beleid van de regering na de ramp kunnen reconstrueren.

Het gaat in totaal om 255 documenten. Het ministerie van Veiligheid en Justitie maakte een deel daarvan eerder wel openbaar, maar daarin waren veel stukken onleesbaar gemaakt. De drie redacties sloegen daarop de handen ineen en stapten gezamenlijk naar de rechter.

Vlucht MH17 van Malaysia Airlines werd op 17 juli 2014 neergehaald boven Oekraïne. Daarbij kwamen de 298 inzittenden om het leven, onder wie 193 Nederlanders.