Het waarschuwingssysteem voor de gevaren van het vliegen over oorlogsgebied schiet ernstig tekort. Als een land het luchtruim niet sluit, nemen luchtvaartmaatschappijen aan dat het veilig is. 

Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in het dinsdag gepubliceerde rapport over de ramp met vlucht MH17.

De OVV stelt dat er voor Oekraïne genoeg reden was om het luchtruim te sluiten. Het land liet dit na ondanks dat al veel militaire vliegtuigen waren neergeschoten in het gebied waar uiteindelijk vlucht MH17 werd getroffen.

Volgens de OVV is het ''extreem belangrijk'' dat de partijen die betrokken zijn bij de burgerluchtvaart, waaronder landen, luchtvaartmaatschappijen en internationale luchtvaartorganisaties meer informatie uitwisselen over mogelijke gevaren. Luchtvaartmaatschappijen moeten publiekelijk verantwoording afleggen voor de gekozen routes, als het aan de OVV ligt.

De OVV wijst erop dat bij het vergaren en interpreteren van de informatie meer aandacht moet komen voor hoe een conflict zich ontwikkelt, waaronder de toename van militaire activiteit en het afschieten van raketten vanaf de grond. In de dagen voor de ramp was uit mediaberichten al duidelijk dat vliegtuigen op grotere hoogte waren neergeschoten.

Staten die zelf betrokken zijn bij een conflict moeten meer prikkels krijgen en betere steun om de veiligheid in hun luchtruim te waarborgen, aldus de OVV.