Het lokale agentschap voor rampenbestrijding in Donetsk in het oosten van Oekraïne gaat vanaf maandag ook zoeken naar resten van inzittenden van de rampvlucht MH17.

Dat meldt Nieuwsuur zondagavond. Bekend was al dat het agentschap SES naar persoonlijke bezittingen die er nog liggen gaat zoeken.

Premier Mark Rutte (VVD) zei vrijdag nog altijd "woest" te zijn dat Nederlandse onderzoekers nooit "fatsoenlijk" toegang hebben gekregen tot de plek in het oosten van Oekraïne waar vlucht MH17 deze zomer neerstortte. "We hebben nog steeds niet de kans gekregen daar zelf fatsoenlijk onderzoek te doen."

In een brief van de ministers van Veiligheid en Justitie, Buitenlandse Zaken en Defensie van donderdag aan de Tweede Kamer werd nog aangegeven dat de rampplek de eerste dagen na de ramp systematisch is doorzocht door de SES en bewoners.

"Dat dit doelmatig lijkt te zijn gebeurd, blijkt ook uit het feit dat de onderzoekers van de internationale repatriëringsmissie daarna weinig stoffelijke overschotten hebben gevonden."

Persoonlijke bezittingen

De aandacht ligt volgens de ministers nu vooral bij het terughalen van persoonlijke bezittingen van de slachtoffers. De SES is al lang werkzaam in het gebied, heeft een uitgebreid netwerk en kan de veiligheidssituatie ter plaatse goed inschatten, gaven zij in de brief aan.

"De SES is lokaal aanwezig en kan de crashsite ingaan, ook als dat maar voor een kortere periode mogelijk is."

Bij de vliegramp boven Oost-Oekraïne verloren alle 298 mensen aan boord van het toestel van Malaysia Airlines het leven. Onder hen waren bijna 200 Nederlanders.