''We kunnen op de rampplek niet zo goed ons werk doen als op een normale plaats delict. De dreiging om ons heen en de situatie dat we ons steeds moeten terugtrekken, maakt de taak voor ons extra moeilijk. We kunnen niet optimaal werken."

Dat concludeert Gerry Burger (38), een van de leden van het repatriëringsteam. Ze was dinsdag nog op de rampplek en werkt voor het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO). De zoekteams hebben volgens haar last van de dreigende oorlogssituatie.

''We hebben hier niet net zoals in Nederland alle tijd om elke dertig centimeter af te zoeken. Dat gaat niet. We moeten een bepaalde snelheid aanhouden. De mogelijkheid om te zoeken kan hier namelijk zo weer over zijn", legt ze uit. ''We moeten terugtrekken als we wat op de achtergrond horen."

''Voor LTFO-mensen is dit moeilijk, want we zijn heel punctueel. Nu moeten we dingen loslaten", benadrukt Burger. ''Het is zo'n groot gebied, dat krijgen we onder deze omstandigheden nooit honderd procent dicht. Dat maakt het wel frustrerend."

Absolute wil

Toch hebben Burger en haar team de absolute wil om de klus te klaren. Samen met haar collega’s van het LTFO en de marechaussee zocht ze dinsdag nog naar resten van slachtoffers en ook spullen die direct te linken zijn aan slachtoffers die aan boord waren.

Het gaat dan om zaken die kunnen bijdragen aan de identificatie van slachtoffers en die duidelijk waarde kunnen hebben voor nabestaanden, zoals paspoorten en foto’s. ''Dit soort goederen hebben de prioriteit. Andere spullen komen later. Daarom liggen die nog op de rampplek."

De zoekteams wisselen. Nu zijn ook de Maleisiërs aangekomen die helpen. Burger heeft tot nu toe nog niet met hen gewerkt.

Wel werkte haar team dinsdag samen met Australische collega’s. Die ontfermden zich over het kaartlezen en brachten precies in kaart wat er al was doorzocht.

Spanning

De zoekteams maken behalve van speurhonden, duikers en sonar, ook gebruik van satellietbeelden. Mede op basis van de informatie die hieruit naar boven komt, wordt gericht gezocht.

''Het is allemaal heel indrukwekkend. Dit maak je niet vaak mee", vertelt Burger. ''Ik heb niet de indruk dat we heel angstig zijn. We hebben wel een gezonde spanning en zijn alert. We zijn goed gefocust."

De teamleden houden elkaar goed in de gaten en er is een team aanwezig voor geestelijke begeleiding. Na twee  dagen zoeken, mag de groep anderhalve dag terug naar een hotel in Charkov om zich op te frissen en uit te rusten.

''We hebben een soort buddysysteem. We praten dan met elkaar over wat we hebben gezien, hoe we ons voelen. Wij hebben bijvoorbeeld bij het LTFO wat meer ervaring met de omgang met lichaamsdelen als de gemiddelde marechaussee", zegt Burger.

''Als we merken dat iemand het moeilijk heeft, dan raden we diegene aan om hier even met iemand te gaan praten. Wij hebben hier geen machocultuur, die raad wordt wel opgevolgd. In de avond van de tweede rustdag vertrekken we weer richting zoekgebied. Dan gaan we er de volgende dag weer tegenaan."

Dossier vliegramp | Dit weten we over de vliegramp | Chronologie vliegramp

Het conflict in Oost-Oekraïne