De Nederlandse inlichtingendiensten AIVD en MIVD hadden geen informatie over mogelijke gevaren boven Oost-Oekraïne voor luchtvaartmaatschappijen. 

Minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) zei dinsdag in debat met de Tweede Kamer dat ''er geen indicaties zijn dat onze diensten informatie hadden die ze hadden kunnen doorgeven''. Luchtvaartmaatschappijen die daar al niet meer vlogen, maakten een eigen afweging, aldus de minister.

Opstelten reageerde op vragen van Kamerlid Louis Bontes (Voor Nederland) die zich afvroeg waarom bijvoorbeeld British Airways wel op dat risico was gewezen door de Britse geheime dienst. Volgens de minister ''waren er geen feiten die aanleiding waren om door te geven aan de luchtvaartmaatschappijen''.

''Als er informatie is dan zal de dienst dat naar de betrokken maatschappijen brengen die dan een afweging maken''. Hij wees erop dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) de procedure rond de vlucht meeneemt in het onderzoek naar vlucht MH17.

In de Kamer vinden onder meer SP, GroenLinks en CDA dat de overheid zou moeten bepalen of er over onveilige gebieden gevlogen kan worden en niet de luchtvaartmaatschappijen. Zo’n risico dat een vliegtuigpassagier niet kan overzien, kun je niet eenzijdig bij de reiziger leggen, meent Liesbeth van Tongeren (GroenLinks). Opstelten vindt het een kwestie tussen passagiers en maatschappijen waar de overheid niet tussen zou moeten zitten.

Luchtruim

De Internationale burgerluchtvaartautoriteit ICAO wil dat informatie over het luchtruim beter wordt gedeeld en gaat onderzoek doen naar de verbetering hiervan. Dat werd bekendgemaakt in een spoedzitting van de VN-organisatie, aldus AP.

Voor het onderzoek wordt een speciale commissie ingesteld.