Rebellen in Oost-Oekraïne overwegen naar eigen zeggen de OVSE de toegang te ontzeggen tot de plaats waar 17 juli een Maleisisch verkeersvliegtuig is neergestort.

Ze schrijven in een e-mail dat de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) de belangen van de Verenigde Staten en Oekraïne dient.

Volgens 'de Volksrepubliek Donetsk', zoals de rebellen hun grootste bolwerk noemen, is de OVSE van het begin af aan niet neutraal geweest in dit conflict en handelde de organisatie in het belang van Oekraïne. De rebellen willen zich van Oekraïne afscheiden en bij Rusland horen. In hun ogen wordt volgens de e-mail ''de OVSE volledig gecontroleerd door de VS''.

De OVSE-waarnemers zijn sleutelfiguren geworden voor de toegang tot de rampplek voor bergers en onderzoekers. Het onderzoek wordt door Nederland geleid, omdat er 195 Nederlanders in het neergehaalde toestel zaten.

De rebellen en de leiders in Kiev beschuldigen elkaar ervan verantwoordelijk te zijn voor de ramp met de Boeing 777 die met 298 mensen aan boord over Oekraïne van Amsterdam naar Kuala Lumpur vloog.

Porosjenko

Ondertussen heeft de Oekraïense president Petro Porosjenko dinsdag gepraat met internationale experts die de rampplek in Oost-Oekraïne willen onderzoeken. Ze hebben afgesproken informatie nog beter uit te wisselen. Porosjenko informeerde premier Mark Rutte daarna telefonisch over de gemaakte afspraken, laat het ministerie van Algemene Zaken weten. 

Porosjenko en Rutte hadden dinsdagochtend ook al telefonisch contact. Rutte belde de Oekraïense president om zijn zorgen te uiten. Rutte zei dat kostbare tijd verloren gaat voor het bergen en repatriëren van de slachtoffers. 

Rutte drong er bij Porosjenko ook op aan de vijandelijkheden te staken. Oekraïne garandeert volgens het ministerie van Algemene Zaken een staakt-het-vuren als ook de separatisten zich van de frontlijn terugtrekken.

Zoektocht resten

Ondanks een flinke portie frustratie geven de Nederlandse experts, die de zoektocht naar achtergebleven lichamelijke resten moet uitvoeren niet op. Dat benadrukt hoofd van de repatriëringsmissie Pieter-Jaap Aalbersberg dinsdagavond. 

''Vanmorgen hebben we besloten dat het niet veilig genoeg was om met de experts te gaan rijden van Donetsk naar de rampplek. Dat besluit is genomen na zorgvuldig overleg met de OVSE'', legt Aalbersberg uit. ''We zijn wederom teleurgesteld, omdat we zeer gemotiveerd zijn om onze missie uit te voeren. Zoals eerder al gezegd vinden we dat nabestaanden het recht hebben om de stoffelijke overschotten en de persoonlijke bezittingen van hun geliefden terug te krijgen.''

Aalbersberg, politiechef in Amsterdam, leidt de medewerkers van het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO) en de marechaussees die hen bijstaan in Oekraïne. De ploeg is bezig om de nog achtergebleven lichamelijke resten te vinden en naar Nederland te brengen.

''We zijn gefrustreerd dat we de rampplek niet kunnen bereiken. Kostbare tijd gaat verloren voor het bergen en thuisbrengen van de slachtoffers. Hoe dan ook: we geven niet op. Ook de komende dagen zullen we het blijven proberen.''

Woensdagochtend staat er weer een poging gepland. Maar ook dan hangt het ervan af of de veiligheidssituatie de missie toestaat. ''In de ochtend beoordelen we opnieuw of het veilig genoeg is om af te reizen en of we veilig kunnen werken op de rampplek', zegt Aalbersberg.

''De missie verloopt helaas minder soepel dan we hadden gehoopt. Toch blijven we onvermoeid werken om ons doel te bereiken: het terugbrengen van de slachtoffers en hun persoonlijke bezittingen.''

Onderzoek oorzaak

Ondertussen vordert het onderzoek naar de oorzaak van het neerstorten van vlucht MH17, aldus Wim van Weegen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in Kiev. De OVV streeft ernaar de voorlopige bevindingen binnen een maand klaar te hebben. Dan worden de conclusies hiervan openbaar gemaakt.

Het onderzoek duurt wel wat langer dan eerder verwacht. Aanvankelijk hoopte de Onderzoeksraad eind deze week met de eerste feiten naar buiten te kunnen komen. Maar de omstandigheden zijn door de bijzondere situatie ''ingewikkelder''.

Dat onderzoekers van de raad dan nog eventueel niet op de rampplek zijn geweest, hoeft geen belemmering te zijn. Van der Weegen: ''We hebben inmiddels zoveel informatie, dat het niet noodzakelijk is om de hele crashsite te onderzoeken. Sterker nog, als we er nu naartoe kunnen, zal het onderzoek sterk gericht zijn op het verifiëren van informatie die we al op bijvoorbeeld satellietbeelden of ander materiaal hebben gezien."

"De Onderzoeksraad heeft al veel informatie verzameld en we zijn ervan overtuigd dat we ook op basis van de huidige informatie de eerste afgewogen conclusies kunnen trekken.'' De OVV werkt volgens de internationaal geldende regels van de internationale burgerluchtvaartorganisatie ICAO. Die schrijven voor dat de eerste bevindingen binnen dertig dagen moeten zijn vastgesteld.

Volgens Van der Weegen zijn van het internationale onderzoeksteam kort na de crash alleen enkele onderzoekers op de rampplek geweest. Daar waren geen Nederlandse onderzoekers bij. Sinds de Onderzoeksraad de leiding over het onderzoek heeft overgenomen, is het niet meer mogelijk geweest om naar de rampplek te reizen. Het is nog te gevaarlijk.

''Wij zijn voor informatie over de veiligheid in het gebied, de adviezen daarover en de logistiek afhankelijk van anderen. Wij bepalen niet zelf dat we het gebied ingaan, hooguit dat we niet gaan. We hebben tot nu nog niet de mogelijkheid gehad om naar de rampplek te gaan.''

Overzicht van Nederlandse teams in Oekraïne

Dit weten we over de vliegramp | Chronologie vliegramp

Sancties moeten Poetin op knieën dwingen | Het conflict in Oost-Oekraïne