Sinds de crash van de Boeing 777 vorige week donderdag zijn verschillende Nederlandse teams vertrokken naar Oekraïne. Een overzicht.

Het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO): experts willen in Oost-Oekraïne stoffelijke resten en persoonlijke eigendommen opsporen en terugbrengen naar Nederland. De Amsterdamse politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg wordt het hoofd van deze missie in Oekraïne.

Het LTFO is een samenwerking van onder andere politie, Defensie en NFI. Zaterdagochtend konden de experts het rampgebied nog niet betreden, omdat zij werden tegengehouden door separatisten. Later op de dag wagen ze een nieuwe poging.

Marechaussee

De Koninklijke Marechaussee: 40 ongewapende marechaussees gaan het LTFO helpen met het zoeken van stoffelijke resten en persoonlijke bezittingen op de rampplek.

Zaterdag komen zij in elk geval nog niet in actie. Eerst moet uit analyses blijken dat het gebied veilig genoeg is om aan de slag te gaan. De marechaussees hebben geen beveiligende taak.

Onderzoeksraad

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV): onderzoekers hopen in de loop van dit weekend aan de slag te kunnen in het rampgebied. Zij hebben de taak de toedracht van de crash te onderzoeken, niet de schuldvraag.

De OVV is tot nu toe nog niet ter plaatse geweest omdat de veiligheid van de onderzoekers niet kon worden gegarandeerd. Wel hebben ze al gewerkt aan een analyse op basis van informatie van onder meer foto's, satellietbeelden en de zwarte dozen.

Buitenland

Ook andere betrokken landen hebben teams naar het rampgebied laten afreizen. Zo stuurden Groot-Brittannië, Duitsland en Australië identificatie- en bergingsexperts.

Politieorganisaties Interpol en Europol zijn ook ter plaatse om te helpen bij de identificatie van de slachtoffers. Medewerkers van de Amerikaanse Raad voor Transportveiligheid (NTSB) zijn in het land om onderzoek naar de vliegramp te doen. Verder zijn ook vertegenwoordigers van Malaysia Airlines en de Maleisische autoriteiten aanwezig.