Brievenstrijd: Het parlement helpt zichzelf om zeep

Beste Vincent, Mijn kritische houding ten aanzien van directe democratie heeft ook mij veel hatemail opgeleverd. Die mails hebben allemaal dezelfde structuur. Eerst krijg ik te horen dat ik een elitaire zak ben en dat het schandalig is dat ik studenten mag onderwijzen. Dat is een fijn begin van een gesprek.

Vervolgens krijg ik te horen dat ik alleen nog acceptabel ben als gesprekspartner indien ik de mening van de scribent overneem. Zo dachten fascisten daar ook over. Tot slot word ik nog getrakteerd op een paar flinke verwensingen.

Autoritaire mannetjes

Ik trek me er overigens geen bal aan van die autoritaire mannetjes. Ik ga gewoon door met het verdedigen van onze parlementaire democratie. Referenda zijn specifieke instrumenten. Ze zijn waardevol voor het bekrachtigen van constitutionele ontwikkelingen hetgeen wij overigens in Nederland na 1814 niet meer hebben meegemaakt.

Zaken die de kern van ons staatsbestel raken behoeven immers de goedkeuring van het volk. De grondwet van 1814, toen er nog geen parlement was, werd bijvoorbeeld bij referendum vastgesteld door 600 notabelen.

Abraham Kuyper

Helaas worden referenda ook voor andere zaken ingezet. Staatslieden als Abraham Kuyper en de Savornin Lohman vonden referenda interessant omdat het de macht van het parlement kon inperken ten gunste van de Kroon. Tegenwoordig hopen politici dat referenda de kloof tussen kiezers en gekozene zullen verminderen.

Nou dat is fantastisch gelukt met de Europese grondwet! En zelfs als de Europese grondwet gewijzigd wordt in een gewoon verdrag wil de PVDA opnieuw naar de kiezers gaan. Onze sociaal democraten hebben kennelijk weinig vertrouwen in onze representatieve democratie.

Dat is jammer want het systeem is het waard om verdedigd te worden. Aangezien de Nederlandse burgers te talrijk zijn, te verspreid wonen, soms niet deskundig genoeg zijn en vooral wel wat anders te doen hebben, is het verstandig om hen te laten vertegenwoordigen door volksvertegenwoordigers.

Beulswerk

Bovendien kan de overheid niet zomaar zijn bevoegdheid om beleid dwingend op te leggen afwentelen op de burgers aangezien alleen in de vertegenwoordigende democratie de uitvoering van dwang met allerlei waarborgen omkleed is. De burger drukt gewoon een knop in en gaat naar huis waarna de tirannie van de meerderheid zijn beulswerk doet.

De regering hoort echter belangrijke adviesorganen en het uiteindelijke besluit is in beginsel vatbaar voor rechterlijke toetsing. Bovendien is de regering verantwoordelijk voor de gevolgen van het besluit.

Referendum

Tenslotte is het nog maar de vraag of directe democratie wel representatiever is dan een vertegenwoordigende. Volksvertegenwoordigers stemmen zonder last of ruggespraak waardoor zij zich niet tot spreekbuis hoeven te maken van machtige pressiegroepen en ook opkomen voor de belangen van de ongeorganiseerde groepen zoals consumenten. Bij een referendum met lage opkomst is het ongewis of die ongeorganiseerde groepen komen opdagen.

De voorstanders van directe democratie wijzen er echter op dat onze vertegenwoordigende democratie steeds meer naar deelbelangen luistert. Fractiediscipline en gedetailleerde regeerakkoorden maken het steeds lastiger voor parlementariërs om zelfstandig het algemeen belang te definiëren. Zo kan de heersende kaste haar definitie van het algemeen belang opleggen waarin echter bepaalde deelbelangen domineren.

Zouden referenda het euvel kunnen verhelpen dat onze vertegenwoordigende democratie steeds meer door deelbelangen wordt bepaald? Dat ligt niet voor de hand. Het is onredelijk om aan burgers te vragen zich zo intensief in de materie te verdiepen dat zij tot een verstandig oordeel kunnen komen. En de burger mist het recht van amendement. Het is slikken of stikken.

Ongenoegen

Het is daarom geen wonder dat een referendum vaak een plebiscitair karakter krijgt. Burgers grijpen het referendum aan om hun ongenoegen te laten blijken over de zittende regering. En politici grijpen het aan om zaken aan het referendum te verbinden die er soms niets mee te maken hebben maar electoraal goed liggen. Vaak is de opkomst voor een referendum zo laag dat een relatief klein deel van de bevolking onevenredig veel macht krijgt toebedeeld.

Nu was de Europese grondwet zo belangrijk dat het volk zich hierover, net zoals bij een grondwetswijziging, moest kunnen uitspreken. Nu echter de mogelijkheid zich misschien voordoet dat wij het woordje grondwet constitutioneel verdrag kunnen vervangen door gewoon verdrag zouden we ons veel ellende kunnen besparen.

Maar nee, de PVDA, Partij voor de Vrijheid, EenNL, SP en de Christenunie lopen zich al warm. En ik vrees ook GroenLinks. Dat is dan een meerderheid. Het parlement helpt zichzelf om zeep. Welk een misplaatste onbaatzuchtigheid!

Groet,

Arend Jan Boekestijn

p.s. ik sprak Wijnand Duyvendak bij de Nationale Conventie. Hij zei me dat hij misschien wel bereid was om tegen een referendum te stemmen als het woordje grondwet sneuvelt. Niesco Dubbelboer van de PvdA wilde er helaas niets van weten.

Arend Jan Boekestijn is universitair docent geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht. Hij staat op nummer 14 van de kandidatenlijst voor de VVD

Tip de redactie