DEN HAAG - Een grote meerderheid van de Tweede Kamerleden is tevreden over het functioneren van de democratie en het parlement in Nederland. Twee derde erkent dat er een kloof bestaat tussen de kiezers en henzelf.

Ze schrijven die onder meer toe aan de berichtgeving in de media, het te grote aantal beloften van politici en de volgens de kiezers minder grote verschillen tussen politieke partijen.

Dat blijkt uit het Parlementsonderzoek 2006, dat is uitgevoerd door de hoogleraren politicologie Rudy Andeweg (Universiteit Leiden) en Jacques Thomassen (Universiteit Twente).

Het onderzoek was een initiatief van de Raad voor het openbaar bestuur, die vorig jaar in zijn advies 'Over de staat van de democratie' kritisch was over het functioneren van de Tweede Kamer. Van de 150 kamerleden hebben er 114 (76 procent) aan het onderzoek meegedaan.

Tevreden

Vier vijfde van de Kamerleden zegt tamelijk of zeer tevreden te zijn over het functioneren van de democratie en het parlement in Nederland. Wel constateren zij een verschil tussen het dualisme als norm en de parlementaire praktijk.

Bijna de helft van de ondervraagden vindt dat het parlement de hoofdlijnen van beleid moet bepalen, maar slechts 16 procent meent dat dat in de praktijk ook het geval is. Minder strakke regeerakkoorden zullen volgens 79 procent de parlementaire democratie ten goede komen.

Onvermijdelijk

Sommige Kamerleden zien de kloof tussen politici en burgers als onvermijdelijk, omdat Kamerleden het algemeen belang tegenover het eigen belang moeten stellen. Anderen denken dat de afstand zo groot is door de houding van de kiezers, die zich uit in onder meer desinteresse en een afkeer van de politiek. Er zijn echter ook Kamerleden die de kloof aan de politiek zelf wijten.

Invoering van het beslissend correctief wetgevingsreferendum, waardoor burgers een parlementair besluit ongedaan kunnen maken, is wel genoemd als middel om de afstand tussen politicus en burger te verkleinen, maar de Kamerleden zijn daar niet voor. Slechts 27 procent is voor invoering van zo'n volksraadpleging.

Weinig effectief

De Kamerleden vinden schriftelijke en mondelinge vragen weinig effectief. Zij kennen veel meer waarde toe aan interpellaties en moties. Voor de toekomst zien zij veel in de instelling van themacommissies en het horen van ambtenaren.

Dat zijn twee ideeën die de Nationale Conventie onlangs heeft geopperd. Die denktank had de taak na te denken over voorstellen om het vertrouwen van de burger in de overheid te herstellen.