RIJSWIJK - Sport heeft zijn weg gevonden in de politiek. Vrijwel iedere partij heeft een volwaardige paragraaf over de sport in het programma. Dat was bij andere verkiezingen wel anders. Het kwartje lijkt eindelijk gevallen, liet voorzitter Erica Terpstra van sportkoepel NOCNSF zich onlangs ontvallen.

Volgens hoogleraar sport Maarten van Bottenburg zijn politici zich tegenwoordig bewust van het maatschappelijk belang van sport. "In een land waar een op de drie inwoners sport in clubverband en de helft een sport beoefent, waar sport een echte bedrijfstak is en waar mensen massaal naar sport op televisie kijken, neemt het politieke belang toe".

Opvallend

Niettemin is de aandacht opvallend. Sport is namelijk geen controversieel onderwerp in de verkiezingsstrijd. Alle partijen zijn het er wel over eens dat meer mensen moeten bewegen, dat sport op school belangrijk is en dat verenigingen de ruimte en middelen moeten hebben om jong en oud aan het sporten te krijgen. De meeste partijen zijn het er zelfs over eens dat topsport belangrijk is.

Sporthelden zorgen voor trots en binding en uitstraling. "Ook daar zijn politici zich steeds meer van bewust. Sport is een heel effectieve manier om aan het imago te werken en het kost niets. Een politicus kan via de sport aan prestige en uitstraling winnen", aldus Van Bottenburg. Vandaar dat premier Balkenende er als de kippen bij is om een Nederlandse wereldkampioen te feliciteren; het liefst per telefoon aan de nog hijgende kampioen en nog liever voor het oog van de camera. Ministers verdringen zich op de tribune bij een belangrijke voetbalwedstrijd.

Gezapig

De hoogleraar sport aan de universiteit van Utrecht verwacht daarom geen vuurwerk in het nationale sportdebat, vrijdag 10 november in de Beurs van Berlage. De lijsttrekkers van GroenLinks (Femke Halsema), D66 (Alexander Pechthold) en VVD (Mark Rutte) zullen daar ingaan op stellingen. "Het zal vrees ik een wat gezapige aangelegenheid worden. Er is te weinig reden voor onenigheid", aldus Van Bottenburg.

Geld, en dan in het bijzonder het gebrek eraan, lijkt deze verkiezingen evenmin een verhitte discussie op te leveren. Het sportbudget is de afgelopen regeerperiode onder staatssecretaris Ross (CDA) van Sport namelijk verdubbeld. In 2006 is 120 miljoen euro uitgegeven, vier jaar geleden was dat 67 miljoen. "Vanaf het midden van de jaren negentig is de politieke aandacht voor de sport toegenomen en is er ook meer geld vrijgekomen. Zowel de breedte- als de topsport heeft ervan geprofiteerd. Maar we moeten natuurlijk die bedragen wel in perspectief zien. Het sportbudget is in vergelijking met andere beleidsterreinen een minimaal bedrag en zal nooit een onderwerp kunnen zijn van zware bezuinigingen."

Sportnota

Toch valt er volgens Van Bottenburg wel een nuttige politieke discussie te voeren. "Omdat er een sportnota ligt waarin de ambitie wordt uitgesproken dat Nederland permanent bij de beste tien landen van de wereld moet gaan behoren. Dat kun je alleen maar bereiken door meer geld te investeren en de vraag is dan natuurlijk hoeveel meer."