In de Verenigde Staten hebben tot dusver ruim 23 miljoen Amerikanen vervroegd gestemd voor de presidentsverkiezingen. Nog niet eerder brachten zo veel Amerikanen hun stem uit met nog meerdere weken te gaan tot de eigenlijke verkiezingsdag.

Tijdens de vorige verkiezingen, in 2016, werden in totaal 136 miljoen stembiljetten ingevuld. Enkele weken voor de start van die verkiezingen hadden 'pas' zes miljoen Amerikanen vervroegd gestemd.

Deskundigen vermoeden dat de uitbraak van COVID-19 de oorzaak van de flinke stijging van het aantal vroege kiezers is. Zij zouden alternatieve stemmethodes zoeken, zodat zij tijdens de verkiezingsdag op 3 november niet in lange rijen hoeven plaats te nemen. De enorme opkomst van vroege kiezers leidt echter ook al tot lange wachtrijen.

In diverse staten werd al een recordaantal vroege kiezers geregistreerd, zoals in de belangrijke swingstaat Ohio. Daar vroegen 2,3 miljoen Amerikanen al een stembiljet aan. Zij kunnen dat vervolgens ingevuld weer opsturen per post of inleveren bij een lokaal verkiezingsbureau.

Tot dusver zouden vooral Democraten hun stem al hebben uitgebracht, blijkt uit een verkiezingsrapport. Daarbij wordt de kanttekening geplaatst dat het weinig zegt over de uiteindelijk verkiezingsuitslag, omdat Republikeinen in groten getale kunnen stemmen tijdens de verkiezingsdag.

In de landelijke peilingen staat de Democratische presidentskandidaat Joe Biden zo'n 10 procentpunten voor op de zittende president Donald Trump. Laatstgenoemde heeft het stemmen per post meermaals als risicovol bestempeld: hij vindt dat met de methode gemakkelijk gefraudeerd kan worden, maar leverde geen bewijs voor die bewering.