Welkom bij je wekelijkse update in aanloop naar de Amerikaanse presidentsverkiezingen op 3 november. Met deze week: Trump versus de WHO en de toezichthouders, en waarom zes swingstaten zes lange politieke maanden voor de boeg hebben.

Voordat we in de verkiezingen duiken, beginnen we met twee politieke rellen uit de afgelopen week.

WHO let the dogs out?

President Donald Trump noemde de gezondheidsorganisatie WHO maandag "een marionet van China". Hij zette die avond een brief gericht aan WHO-chef Tedros Adhanom Ghebreyesus op Twitter. Daarin dreigt hij het WHO-lidmaatschap van zijn land te beëindigen. Trump gaf de VN-organisatie dertig dagen de tijd om "substantiële verbeteringen" door te voeren, die "onafhankelijkheid van China" moeten aantonen.

De brief van Trump over het optreden van de WHO tijdens de coronapandemie bestaat uit een mengsel van "legitieme zorgen en feitelijke onjuistheden", oordeelde The Washington Post. De Amerikaanse president blijkt bovendien selectief. Hij bekritiseert bijvoorbeeld de WHO omdat die de Chinese 'transparantie' prees, maar laat buiten beschouwing dat hij dat zelf ook meerdere keren deed.

Critici van Trump zeggen dat hij druk op zoek is naar vijandbeelden om de aandacht af te leiden van zijn desastreuze eigen optreden in de coronacrisis.

Anderen wijzen ook op een geopolitiek haakje: de WHO is "de ideale geopolitieke speelbal in het bijna Koude Oorlog-achtige conflict dat is ontstaan tussen China en de Verenigde Staten", zei Amerikadeskundige Willem Post in onze podcast Dit wordt het nieuws.

Wie is WHO-baas Tedros en waarom krijgt hij kritiek?
278
Wie is WHO-baas Tedros en waarom krijgt hij kritiek?

Trump versus de toezichthouders

Democratische congresleden onderzoeken momenteel het ontslag van de inspecteur-generaal (IG) van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Steve Linick. President Trump kondigde eind vorige week aan dat hij zal worden vervangen door Stephen Akard, een diplomaat die nauwe banden heeft met vicepresident Mike Pence. Hij zette die stap op aanbeveling van buitenlandminister Mike Pompeo, bevestigde het Witte Huis.

Dat laatste detail werd pijnlijk, nadat CBS News onthulde dat inspecteur-generaal Linick onder meer een beschuldiging aan het adres van Pompeo onderzocht. De minister zou een politiek aangestelde medewerker van zijn ministerie privéklussen hebben laten opknappen voor hem en mevrouw Pompeo.

Linick zou zich bovendien hebben verdiept in een wapendeal met Saoedi-Arabië in 2019, ter waarde van 8 miljard dollar, waarbij de regering-Trump het Congres omzeilde.

Hij is de vierde ambtelijke toezichthouder binnen grofweg evenzoveel weken die het veld moet ruimen. Eerder sneuvelde bijvoorbeeld ook Michael Atkinson, die als inspecteur-generaal voor de inlichtingendiensten de klokkenluidersklacht aan de basis van de impeachment van Trump doorspeelde aan het Congres.

Clark Evin, oud-IG van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Veiligheid onder president George W. Bush, legde dinsdag bij Vox uit wat inspecteur-generaals precies doen en waarom ze belangrijk zijn.

Inspecteur-generaal Steve Linick. (Foto: Reuters)

Overleeft de belofte van mei de intrede van de herfst?

In de levendige discussies op NUjij lees ik regelmatig voorspellingen over de uitkomst van de presidentsrace. Houders van een glazen bol onderkennen vaak wel dat peilingen verraderlijk kunnen zijn (of nemen dat zelfs als basis voor hun voorspelling), maar zien een andere stelregel over het hoofd. "A week is a long time in politics", zei de Britse premier Harold Wilson midden jaren zestig. Wat zegt dat over de bijna zes maanden die ons nog resten tot november?

Die vraag probeerde CNN-analist Harry Enten deze week te beantwoorden met een terugblik op elke Amerikaanse verkiezing sinds 1940. Hij richtte zich op alle jaren waarin een president probeerde een tweede termijn veilig te stellen, dertien in totaal. Enten keek hoe de kandidaten in kwestie het in de peilingen deden ten opzichte van hun tegenstanders in de maand mei en vergeleek dat met de verkiezingsuitslagen. Hij vond een gemiddeld verschil van 11 procentpunten. Na correctie voor enkele historische uitschieters werd dat een - alsnog forse - 8 procentpunten. Dat is een 'foutmarge' die de huidige voorsprong van Joe Biden in de meeste peilingen ruim dekt.

Kortom, peilingen kunnen er in november naast zitten, maar in mei behaalde resultaten bieden al helemaal geen garanties voor de toekomst.

Met bovenstaande kanttekening in het achterhoofd kijken we natuurlijk wel even hoe Trump en Biden er deze week voor stonden volgens de opiniemeters. In het overzicht van RealClearPolitics (een gemiddelde uit een groot aantal peilingen) leidt de Democratische kandidaat landelijk met 5,5 procentpunten verschil.

Roodblauw? Blauwrood? Paars?

Interessanter dan de landelijke cijfers: de peilingen in de kantelstaten. Het is nog niet duidelijk welke impact de coronacrisis zal hebben in november, maar vooralsnog is het Amerikaanse politieke landschap vrij stabiel. Dat maakt deze staten, waar de strijd nog beide kanten op kan, bijzonder belangrijk, zoals ik vorige week al schreef.

Ze verschillen onderling veel van elkaar. Michigan, Pennsylvania en Wisconsin zijn voormalige Democratische bolwerken en Florida is een traditionele twijfelaar. North Carolina kleurde alleen in 2008 (nipt) blauw voor Barack Obama en Arizona is een nieuwe battleground, als Republikeins bolwerk waar de Democraten in de afgelopen jaren flink wat terrein hebben gewonnen.

"Zij vormen de kern", zei Brian O. Walsh, voorzitter van het pro-Trump politieke actiecomité America First Action, eerder deze maand tegen Impact2020.

Vanaf volgende week vind je in elke editie van deze update een nadere kijk op de situatie in een van deze zes staten, maar voor nu houden we de blik even breed. De ngo 270toWin heeft een lopend overzicht van peilingen per staat, inclusief die uit het illustere zestal. De jongste peilingen voor elke staat werden donderdag gepubliceerd.

  • Arizona: Biden 48 procent, Trump 42 procent

  • Florida: Biden 48 procent, Trump 44 procent

  • Michigan: Biden 49 procent, Trump 43

  • North Carolina: Biden 46 procent, Trump 44 procent

  • Pennsylvania: Biden 49 procent, Trump 42 procent

  • Wisconsin: Biden 48 procent, Trump 42 procent

De ongunstige positie van zijn kandidaat in de peilingen leek Walsh niet veel te doen. "Niemand zou hier geschokt over moeten zijn. Swingstaten gedragen zich als swingstaten. Mijn boodschap: iedereen moet kalmeren, het zijn swingstaten. Dit begint allemaal pas net."

Tot slot: mijn collega Joris Knikkink maakte deze week deze video over de politieke overlevingskracht van Joe Biden.

Hoe Joe Biden blijft overleven in de politiek
290
Hoe Joe Biden blijft overleven in de politiek

Bedankt voor je aandacht. Volgende week zoomen we in op de eerste belangrijke kantelstaat, het zonnige Florida, en besteden we aandacht aan de tweede spannende strijd die in november moet worden beslecht: die om de Senaat. Heb jij vragen over de Amerikaanse presidentsrace, een voorstel voor een onderwerp of andere opmerkingen? Stuur een mail naar matthijs@nu.nl.