Dinsdag komt een einde aan de lange campagnes van Barack Obama en Mitt Romney. Komende nacht weten we of Obama nog vier jaar mag blijven of dat Romney het overneemt. Door Charles Groenhuijsen.

Er sneuvelden weer records. Nooit eerder waren de presidentiële campagnes zo duur. Officieel staat de teller voor beide campagnes op pakweg een miljard dollar. Maar onofficieel is het meer.

Lang niet alle dollars worden netjes geregistreerd. Ontelbare Amerikanen geven geld. Da’s mooi. Het duidt op betrokkenheid en geloof in de politiek. Maar een deel van het geld komt op minder fraaie manieren binnen. Van banken, oliemaatschappijen, vakbonden, dure advocaten en casinobazen.

Eerst het goede nieuws

Nederlanders die het voor ‘t eerst meemaken zijn altijd weer onder de indruk. Meelopen met een Amerikaanse verkiezingscampagne is een feestje. Je móet wel onder de indruk raken van het gulle enthousiasme waarmee vele duizenden vrijwilligers zich voor hun kandidaat uit de naad werken.

Ze bellen kiezers, delen folders rond, juichen op verkiezingsbijeenkomsten. Zo hoort democratie te zijn. Voor en door het volk.

Rijd in verkiezingstijd een dorp of stadje binnen in één van de swingstates en je ziet het zelf. Ergens in de hoofdstraat kom je het kantoor van de kandidaten tegen. Niet zelden vlak bij elkaar. Ik vond het altijd interessant de verschillen op te zoeken.

Bij de Democraten meestal veel jongeren. Ik ben veel studenten tegen gekomen die hun studie een half jaar of langer vaarwel zeiden om te helpen bij één van de campagnes.

Hippiekolonie

Het leek er af en toe wel een soort hippiekolonie. Beetje groenlinksig. Meestal aangevuld met opa’s en oma’s uit vakbondsgezinnen die je graag vertelden dat hun ouders in de jaren zestig nog campagne hadden gevoerd voor John F. Kennedy.

Bij de Republikeinen ziet het er altijd anders uit. Minder jongeren. Net als bij de Democraten veel ijverige ouderen maar meer VVD-achtig. Beetje Rotary-sfeertje met bovengemiddeld veel gepensioneerde heren-met-ruitjesbroek en dames-met-parelketting.

Politieke idealen

Maar het maakt niet uit waar mensen vandaan komen of op wie ze stemmen. Toegewijde deelname aan het politieke proces vind ik altijd hartverwarmend. Een samenleving moet het hebben van burgers die niet aan de kant staan te schelden op politici ('Allemaal zakkenvullers. Ze doen maar') maar zélf meedoen om politieke idealen te verwezenlijken ('Jij kun het verschil maken'). Democratie op zijn best.

Schaduwzijde

Maar er is ook ‘n schaduwzijde. Deze mega-campagnes kosten veel geld. En de manier waarop dat bij elkaar wordt gebedeld is allesbehalve feestelijk. De kandidaten reizen zich suf om kiezers te ontmoeten en enthousiasmeren maar vooral ook om héél veel geld bij elkaar te harken. Zo lang dat geld van individuele burgers komt, is er niks aan de hand.

Maar honderden miljoenen dollars komen van donors die er graag iets voor terug zien. Ze willen minder strenge milieuwetten, een soepele behandeling van grote banken, belastingverlaging voor bepaalde groepen, voorkeursbehandeling voor groepen werknemers of minder strenge veiligheidseisen voor fabrieken.

Bedel-diners

De vele duizenden lobbyīsten in Washington lopen daar niet niet voor niks rond. In de Amerikaanse democratie regeert te vaak 'The Almighty Dollar'. Dat is voor veel gewone Amerikanen frustrerend. Hun stem wordt amper gehoord. Ze kunnen niet aanschuiven bij de fameuze bedel-diners (minstens $10.000 per stoel) om hun zaak te bepleiten.

De campagne van 2012 was daarop helaas geen uitzondering. Het bergt het risico in zich dat kiezers zich van de politiek afkeren. Want naast de onbeschaamde geldjacht zien die kiezers de politici elkaar voortdurend voor rotte vis uitmaken.

De winnaar van de komende nacht heeft de dure plicht om te laten zien dat politiek eerlijk kan zijn. Dat hij de bitterheid en vijandigheid kan overwinnen. Dat is de nieuwe president verplicht aan al die duizenden vrijwilligers die zich de afgelopen maanden vaderlandslievend en belangeloos hebben ingezet voor dat kostbare ideaal dat 'democratie' heet.