WASHINGTON - Met de chaotische taferelen na de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2000 tussen George W. Bush en Al Gore nog vers in het geheugen, hopen verkiezingswerkers dat een van de twee kampen in de verkiezingen van dinsdag in ieder geval een duidelijke overwinning boekt.

Een monsterzege voor een van beide presidentskandidaten voorkomt gesteggel, gediscussieer en gerechtelijke stappen om te bepalen wie er nou eigenlijk echt gewonnen heeft.

''Alstublieft God, maak er een monsterzege van'', is een veel gebezigde uitlating onder stembuspersoneel, vertelt Peg Rosenfeld, die al 40 jaar verkiezingen volgt voor de Bond van Vrouwelijke Kiezers.

Niemand verwacht evenwel dinsdag een klinkende overwinning voor Obama of Romney, dus problemen lijken op te doemen aan de horizon.

Kleine onregelmatigheden - die volgens Amerikaanse verkiezingsexperts niet te voorkomen zijn - kunnen dan grote gevolgen hebben. Beide kampen hebben een leger aan advocaten klaarstaan om uitslagen aan te vechten bij de rechter.

Ook tal van andere partijgebonden en onafhankelijke organisaties staan er dinsdag met hun neus bovenop. ''Dit is het nieuwe normaal'', zei expert verkiezingsrecht Ed Foley van de Ohio State University deze week in de krant Los Angeles Times.

Verschillen

De verschillen tussen de kandidaten zijn dit jaar weer klein, waardoor voorlopige stemmen misschien de doorslag moeten gaan geven in sommige staten. In 'swing state' Ohio zou het aantal uitgebrachte voorlopige stemmen wel eens kunnen oplopen tot een kwart miljoen.

Die stembiljetten mogen niet eerder dan 10 dagen na de verkiezingen worden geteld. ''Het is een potentiële nachtmerrie die op de loer ligt'', omschrijft oud-minister van Binnenlandse Zaken van Ohio, Kenneth Blackwell, de situatie.

In het geval dat de einduitslag van de nationale verkiezingen hangt op de toekenning van de kiesmannen uit Ohio, zal het land dus mogelijk langer moeten wachten op de finale einduitslag. ''Je praat over 10 dagen van absolute gekte'', aldus Blackwell.

Hertelling

Ook kan vertraging ontstaan door de verplichte hertelling van stemmen als de kandidaten te dicht bij elkaar zitten in de uitslagen. Is het verschil tussen Obama en Romney in Colorado en Florida minder dan 0,5 procent, dan moet er automatisch worden herteld. In Ohio moet dat als het verschil kleiner is dan 0,25 procent.

De verkiezingen in 2000 tussen Al Gore en George Bush hebben aangetoond dat dergelijke kleine verschillen niet slechts in theorie mogelijk zijn. Wekenlang juridisch gesteggel over het wel of niet hertellen en de geldigheid van bepaalde stembiljetten was het gevolg.