Voor het milieu maakt het niet veel uit wie de volgende Amerikaanse president wordt. Dat betoogt de energie-expert David G. Victor in het Amerikaanse tijdschrift Newsweek .

Wie dacht dat een verandering van koers binnen een wereldmacht als Amerika zal leiden tot een daadkrachtiger aanpak van het klimaatprobleem, komt bedrogen uit. De president torent namelijk niet boven alle partijen uit, zoals men weleens denkt.

De Amerikaanse politiek is de afgelopen decennia steeds meer gefragmenteerd. Met andere woorden, de macht ligt steeds meer verspreid over verschillende partijen en niet meer enkel bij de president.

Kyoto

Het opgeven van het Kyoto-verdrag, slechts drie maanden nadat George Bush het Witte Huis had betrokken, was in de ogen van Victor onvermijdelijk.

Zijn voorganger Bill Clinton en diens runningmate Al Gore waren als toegewijd milieuverbeteraars de architecten van het Kyoto-verdrag, maar de doelstellingen waren zo ambitieus dat ze blij waren dat ze het verdrag niet zelf hoefden uit te voeren.

Zo was het Amerikaanse voornemen om de uitstoot van 1990 tot 2012 met 7 procent terug te dringen volgens Victor praktisch niet haalbaar.

Europese Unie

Niet alleen Amerika bezondigd zich aan het stellen van onrealistische doelen. De Europese Unie beloofde om in 2020 de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen van 50 naar 30 procent.

Volgens Victor is dit een 'buitensporige doelstelling', aangezien de meeste landen de huidige doelstellingen niet halen en de uitstoot alleen maar toeneemt.

De beloftes zouden komen van slimme politici die niet verantwoordelijk zijn voor de daadwerkelijke realisering van de doelstellingen.

Ongeloofwaardig

Victor stelt zelfs dat de meest toegewijde leiders het minst geloofwaardig zijn. Zo wist Clinton dat het Kyoto-verdrag niet door de Senaat zou worden gesteund, aangezien die unaniem een resolutie had aangenomen dat het elk verdrag zou afwijzen waarbij ontwikkelingslanden geen toezeggingen zouden doen hun uitstoot van broeikasgassen te beperken.

Die ontwikkelingslanden hadden al aangegeven dat zo'n Kyoto-protocol onacceptabel voor hen was. Reden voor Clinton om het verdrag niet ter ratificering naar de Senaat te sturen.

Bush

Pas een aantal weken geleden gaf Bush aan dat het nodig is limieten te stellen aan de uitstoot van broeikasgassen. Volgens Victor is de ommekeer echter meer te danken aan het publiek dan aan de president.

George Bush doet namelijk geen concrete voorstellen, maar erkent het probleem. Veel staten zijn op eigen titel al bezig plannen te maken voor het reguleren van de broeikasgassen. Hierover wordt vanaf 2 juni een debat gevoerd in de Senaat.

Democratische systeem

Ook het huidige democratische systeem maakt het voor presidenten lastiger om een verdrag door de Senaat te loodsen.

Momenteel is voor een milieuverdrag tweederde van de stemmen in de Senaat vereist, terwijl voor normale stemmingen slechts een meerderheid nodig is.

Milieuactivisten merkten terecht op dat hierdoor vrijwel geen verdrag ter bescherming van het milieu wordt aangenomen, aangezien er altijd wel eenderde consequent tegen stemt.

Wordt dit ratificatiesysteem aangepast dan komt er meer macht te liggen bij de Senaat. Dit komt weer de geloofwaardigheid van de president ten goede, aangezien die dan meer kans heeft als een realistisch voorstel aan de Senaat wordt voorgelegd.

Al Gore

Daarnaast valt ook op dat politici vaak buiten de politiek meer bereiken dan erbinnen. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is Nobelprijswinnaar Al Gore die in zijn campagne waarschuwde voor de gevaren van klimaatverandering en daarbij geen last had van Senatoren of Congresleden.

Op het humanitaire vlak heeft Jimmy Carter ook veel teweeg gebracht, alsmede de voormalige president Bill Clinton. Laatstgenoemde richtte het Clinton Global Initiative op, waarbij hij allerlei maatschappelijke vraagstukken aan de orde stelt.

Consensus

Het grootste deel van de huidige milieuwetgeving in Amerika werd gemaakt ten tijde van Republikeinse leiders. Zij werkten echter samen met de Democraten om consensus te bereiken.

Internationaal werd samengewerkt door de Reagan-regering om bij de VN een verdrag te bewerkstelligen om het gat in de ozonlaag te dichten.

Het geeft volgens Victor aan dat leiderschap bestaat uit consensus en centrisme, niet alleen presidenten.