Hillary Clinton probeerde er tijdens een debat nog een grapje van te maken. "Misschien moeten we vragen of meneer Barack Obama zich op zijn gemak voelt en of hij nog een extra kussen nodig heeft", aldus de presidentskandidate toen zij begon over de makke houding van de Amerikaanse media tegenover Obama.

Een paar dagen eerder had het comedyprogramma Saturday Night Live in een persiflage de ongelijke strijd tussen de twee democratische presidentskandidaten al pakkend blootgelegd.

De interviewers keken in blinde verwondering toe wanneer Obama aan het woord was, terwijl de opmerkingen van Clinton zo goed als genegeerd werden.

Mythe

Volgens het Amerikaanse opinieblad Newsweek typeert dit de mythe van objectieve verslaggeving. Er zijn media die al te duidelijk hun signatuur laten blijken. Denk aan het conservatieve FOX-imperium van Rupert Murdoch. Ook de steeds belangrijkere journalistieke en opiniërende rol van veelal linkse blogs mag niet onderschat worden.

In de praktijk is het echter vooral de ‘mainstreammedia’, zoals de grote tv-zender CNN of de krant Washington Post, die de publieke opinie bepalen. Deze MSM zijn ook vooringenomen (vooral ten faveure van Barack Obama), alleen niet op basis van ideologie. Waar het om gaat zijn conflicten en schandalen.

Vietnam-oorlog

Zelfs journalisten die in de jaren zestig meeliepen in demonstraties tegen de Vietnam-oorlog hebben tegenwoordig een zwak voor nieuwtjes over de oorlog in Irak. Ook seksschandalen worden breed uitgemeten.

Meest recente voorbeeld is die van de New Yorkse gouverneur Eliot Spitzer die aftrad na de onthulling dat hij gebruik maakte van peperdure prostituees. Hoe groter het persoonlijke drama, hoe beter.

Watergate

De vuilspuiterij door de media over politici begon ten tijde van het Watergate-schandaal dat Richard Nixon de kop kostte. Twee verslaggevers van de Washington Post onthulden het afluisteren van de democraten door de Nixon-campagne.

In de jaren daarvoor kwam het niet voor dat dergelijke schandalen naar buiten werden gebracht, omdat de politici heel dicht bij de journalisten stonden. Oud-president Lyndon Johnson hield deze vriendschapsorde graag in stand. “Ik heb liever iemand die van binnen naar buiten pist, dan iemand die van buiten naar binnen pist”, zei hij ooit.

Cool

Na de Watergate-affaire was het ‘cool’ om onderzoeksjournalist te zijn. Het journaille in Washington werd een schandaalmachine. Politici werden eerlijker, maar tegelijkertijd angstiger om zich in het publieke domein te begeven.

Pas op 11 september 2001 kwam er een tijdelijk eind aan de schandalenhausse. Media en politiek vonden elkaar in deze tijd van crisis. Pas toen de oorlog in Irak uitbrak, en er geen massavernietigingswapens gevonden konden worden, werden de media weer kritischer.

Pittige stukken

Ook de grote kranten en tv-zenders hadden het gevoel de oorlog ingepraat te zijn. Pittige stukken werden geschreven over het grootscheepse afluisteren van burgers en het volgen van banktransacties door de inlichtingendiensten om terroristen te kunnen opsporen.

In het geval van de strijd om de democratische presidentskandidaat speelt ook mee dat Hillary Clinton veel langer meespeelt op het politieke toneel. Daarom is er in haar geval ook meer te researchen. Hetzelfde probleem had Al Gore in de campagne tegen George Bush in 2000.

Hoewel momenteel Barack Obama en John McCain de populaire kandidaten zijn zullen ook zij, als ze het in november tegen elkaar opnemen, aangepakt gaan worden.