Tijdens de campagne voor de aanstaande verkiezingen voor parlement en president in Turkije doen de kandidaten traditiegetrouw een hoop beloftes. Dat zijn lang niet altijd saaie toezeggingen over de hoogte van het minimumloon. Een overzicht van de meest opmerkelijke verkiezingsbeloftes.

Eerder deze maand baarde de zittende president, Recep Tayyip Erdogan, opzien met de belofte de noodtoestand in het land op te heffen. Daarmee nam hij onverwachts een vaak gehoorde toezegging van de oppositiepartijen over.

Volgens dagblad Cumhurriyet heeft Erdogan ook beloofd te kijken of de dienstplicht in Turkije versoepeld kan worden. Een opmerkelijke zet, aangezien de diensttijd in het land hoog in aanzien staat. Klagen over de dienstplicht is zelfs strafbaar.

Eerder in juni zegde Erdogan toe door het hele land koffiehuizen te zullen openen, waar gelezen en gewerkt kan worden. De koffie en cake zullen er gratis zijn, benadrukte de president.

In mei beloofde Erdogan dat Atatürk Airport in het Europese deel van Istanbul op termijn een andere bestemming krijgt. Vluchten naar dit vliegveld komen later dit jaar te vervallen, wanneer de nieuwe luchthaven aan de Zwarte Zee in gebruik wordt genomen. Het terrein van Atatürk Airport moet, naar Engels voorbeeld, worden omgetoverd tot een groot park. Erdogan heeft zelfs al een naam in gedachten: de Tuin van het Volk. Ook elders in Istanbul en in de steden Eskisehir en Konya moeten dergelijke parken verrijzen.

Paleis

Ook de oppositie maakt de nodige verkiezingsbeloftes. Presidentskandidaat Muharrem Ince zei dat hij het zomerverblijf van Erdogan - een complex in de buurt van badplaats Marmaris, dat volgens de Republikeinse Volks Partij (CHP) driehonderd kamers telt - zal ombouwen tot een centrum voor mensen met een handicap.

Ook wil Ince gratis onderwijs en gratis openbaar vervoer voor leerlingen en studenten op schooldagen.

Een ander voornemen van Ince betreft het presidentieel paleis van Erdogan in Ankara. Het gebouw met duizend kamers wordt, als het aan de oppositiekandidaat ligt, omgebouwd tot universiteit.

Als hij wint, neemt Ince als president zijn intrek in het Cankaya Köskü, het oude presidentiële complex. Kandidaat Meral Aksener van de Goede Partij (IYI) claimde ook al het paleis van Erdogan niet te willen gebruiken bij eventuele verkiezingswinst.

Aksener deed daarnaast wenkbrauwen fronzen met haar herhaaldelijke toezeggingen dat staatsomroep TRT zal worden verkocht. Zij en andere oppositiekandidaten beschuldigen de omroep van partijdigheid.

De TRT, die met belastinggeld wordt gefinancierd en onpartijdig hoort te zijn, besteedde tussen 1 en 25 mei een totale zendtijd van 9 minuten en 30 seconden aan de IYI-partij van Aksener. De AKP van Erdogan en diens partner MHP waren gedurende diezelfde periode goed voor 31 uur en 25 minuten televisie. De CHP en kandidaat Ince kwamen uit op 3 uur en 38 minuten.

Strand

Geen verkiezingsbelofte, maar toch opmerkelijk: een aantal CHP-gemeenten aan de Egeïsche Zee heeft volgens de krant Hürriyet bij stranden posters opgehangen met de oproep naar huis te gaan om te stemmen. Turken kunnen namelijk alleen stemmen in de gemeente waar ze geregistreerd staan.

Het CHP-electoraat gaat vaker op vakantie in de zomer dan de aanhangers van de AKP, waardoor de partij bang is stemmen te verliezen. De posters zijn gezien in Bodrum en Marmaris. In Datca en het noordelijker gelegen Edremit gaan de stranden zelfs dicht op verkiezingsdag.