Na de verkiezingen op 24 juni schakelt Turkije over naar een nieuwe regeringsvorm. De president krijgt meer macht en de positie van de premier komt te vervallen. Wat verandert er nog meer in het land, en welke mogelijke gevolgen heeft dat?

Belangrijkste politieke veranderingen in Turkije

  • Minster-president verdwijnt en wordt vervangen door (een) vicepresident(en)
  • President mag decreten uitvaardigen, die niet kunnen worden gewijzigd door het parlement
  • President benoemt  ministers, onderministers en ambtenaren zonder tussenkomst parlement
  • President stelt begroting op, kan parlement ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven
  • President mag ook partijvoorzitter zijn
  • Afzetten president wordt moeilijker
  • Minimumleeftijd parlementariërs verlaagd van 25 naar 18 jaar

In het oude systeem stond de premier aan het hoofd van de door hem benoemde regering, terwijl de president als onpartijdig staatshoofd een meer ceremoniële rol vervulde. Sinds 2014 wordt de president gekozen door het volk. Daarvoor was de benoeming van de president een taak van het parlement.

Waar Erdogan's voorganger Abdullah Gül inderdaad een grotendeels ceremoniële invulling aan het ambt gaf, koos de in 2014 verkozen Erdogan ervoor meer in de grondwet beschreven bevoegdheden te benutten, waaronder het voorzitten van kabinetsvergaderingen in het presidentiële paleis.

Als reden voerde hij aan dat hij door het volk verkozen was en hij er daarom niet onderuit kon een actievere rol te gaan vervullen. Om diezelfde reden moest volgens Erdogan de regel geschrapt worden dat een president niet tegelijkertijd partijvoorzitter kan zijn.

Met het referendum over de omschakeling naar een nieuwe regeringsvorm van april 2017 werd dit geregeld en werd Erdogan opnieuw lid van de mede door hem opgerichte Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (AKP). Dit ligt volgens critici ten grondslag aan de door hen geconstateerde problemen met het nieuwe systeem.

Daarover later meer, nu eerst de belangrijkste veranderingen op een rij. Te beginnen met de grotere macht van de president.

1. Presidentiële bevoegdheden

Onder het nieuwe systeem krijgt de Turkse president de bevoegdheid om binnen bepaalde kaders decreten uit te vaardigen. Voorheen kon een president alleen wetten goedkeuren of ze terugsturen naar het parlement voor aanpassingen.

Decreten over algemene onderwerpen, wetten en regels die voortvloeien uit de grondwet zijn niet mogelijk. Dat geldt ook voor de rechten en plichten van het individu en zaken die in de grondwet zijn vastgelegd als het domein van de wetgevende macht.

De presidentiele decreten zijn juridisch ondergeschikt aan de wetten van het parlement als deze over hetzelfde onderwerp gaan. Wel kan de president claimen dat de wet van het parlement ontoereikend is, of dat het decreet van de president over een ander aspect van het onderwerp gaat. De decreten kunnen achteraf niet worden gewijzigd door het parlement.

Daarnaast kan de president per decreet invulling geven aan zaken die nog niet of in onvoldoende mate in de wet geregeld zijn. In het Turkse model kan de president daartoe besluiten zonder dringende noodzaak.

2. Benoemingen

De president krijgt daarnaast de macht om ministers, onderministers en hoge ambtenaren te benoemen, zonder tussenkomst van het parlement. Bovendien kan hij de bevoegdheden van ministeries en andere ambtelijke organen aanpassen of helemaal wegnemen. Ook kan hij deze organen naar eigen inzicht hervormen, opnieuw zonder tussenkomst van het parlement. De president kan daarnaast één of meerdere vicepresidenten benoemen. 

Ook stelt de president voortaan de begroting op, waarover het parlement vervolgens debatteert. Als de begroting niet wordt aangenomen, kan de president een tijdelijke begroting gebruiken, te weten die van het voorgaande jaar. 

De president kan het parlement ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven. Dit betekent echter ook dat er nieuwe presidentsverkiezingen georganiseerd moeten worden, aangezien de stembusgang voor zowel het parlement als het ambt van president volgens de Turkse grondwet op dezelfde dag gehouden moeten worden. Het parlement kan ook nieuwe verkiezingen uitschrijven, maar hiervoor is een drievijfde meerderheid (360 stemmen) nodig.

3. Het parlement

Het zetelaantal van het Turkse parlement wordt uitgebreid van 550 naar 600. Bovendien wordt de minimumleeftijd voor parlementariërs verlaagd van 25 naar 18 jaar. De achttienjarige Elif Nur Bayram hoopt namens de AKP het jongste parlementslid te worden na de aanstaande verkiezingen. Ze staat in de provincie Kocaeli, ten oosten van Istanbul, op de elfde plaats van de kieslijst van de partij.  

Leden van het parlement, die eveneens voor een termijn van vijf jaar worden gekozen, mogen geen minister meer zijn - en andersom. In die zin leggen de uitvoerende en wetgevende macht straks geen verantwoording meer aan elkaar af. De in de grondwet vastgelegde wetgevende taken van het parlement blijven intact.

Het parlement kan een presidentieel veto verslaan met een meerderheid van de stemmen, dat wil zeggen 301 stuks. Bovendien kan de president de wetgeving van het parlement niet per decreet terugdraaien.

4. Rechterlijke macht

De samenstelling van het constitutioneel hof en de raad van rechters en aanklagers, de twee belangrijkste organen binnen de rechtelijke macht, verandert ook. Twaalf van de vijftien rechters van het constitutioneel hof worden door de president benoemd, de overige drie door het parlement.

Van de dertien leden die de raad van rechters en aanklagers, verantwoordelijk voor benoemingen en promoties, straks gaat tellen, kiest de president er vier. De minister van Justitie en diens onderminister, die door de president worden aangesteld, kiezen er elk één. De overige zeven leden zullen worden benoemd door het parlement.

5. Afzetting president

Aan de afzettingsprocedure van een president door het parlement verandert ook het een en ander. Eerst was een petitie van een derde van het parlement voldoende om de procedure in gang te zetten. Een stemming van drie kwart van het parlement was benodigd voor de daadwerkelijke afzetting. 

Straks worden daar hogere drempels aan gesteld: er moet bijvoorbeeld eerst worden gestemd over een onderzoek naar de aantijgingen door een speciale commissie. Pas daarna volgen de gebruikelijke tweederde meerderheidsstemmen.  

Overigens kan een de hele afzettingsprocedure alleen gestart worden als de president wordt verdacht van verraad. Eerder kon dat ook naar aanleiding van een misdrijf.

Machtsconcentratie

Lily Sprangers, Turkije-deskundige verbonden aan het LeidenAsiaCentre, ziet een verdere concentratie van de politieke en economische macht, zonder de noodzakelijke checks en balances

"Het probleem is dat de verkiezingen voor  president en parlement aan elkaar zijn gekoppeld en dat Turkije een eenkamerstelsel heeft, waardoor de wetgevend macht maar één huis heeft. Een tussentijdse afrekening zoals in de Verenigde Staten is niet mogelijk, waardoor het volk niet de mogelijkheid heeft om aan te geven dat ze het niet eens zijn met het beleid."

Daarnaast is er volgens Sprangers geen sprake meer van een onafhankelijke rechtelijk macht. "De president en de regering hebben zich de afgelopen tijd steeds met benoemingen ingelaten. Bovendien is de rechterlijke macht na de mislukte staatsgreep en de zuiveringen die daarop volgden onderbezet geraakt."

Een ander probleem is het feit dat Erdogan zowel president als partijleider is, zegt de Turkije-deskundige. "Hij benoemt ministers en gaat over de kieslijsten voor de parlementszetels. En als de partij van de president de grootste in het parlement is, heeft Erdogan dus rechtstreekse invloed op de wetgevende macht."

Oppositie

De oppositiepartijen krijgen van Sprangers het verwijt dat ze alleen aandacht hebben voor het omverwerpen van Erdogan.

"De oppositie heeft geen enkel origineel idee. Het enige wat ze voorstellen, is dat Erdogan weg moet. Dat is ze kwalijk te nemen, want daarmee kun je het land niet besturen. En daarom krijgen ze ook niet voldoende stemmen achter zich. Mensen ruiken dat hier een totaal gebrek aan visie heerst."

Een woordvoerder van de HDP in Nederland is het daar niet mee eens. Volgens hem is een anti-Erdogan-campagne een noodzakelijk kwaad, gezien de belangen die er spelen. "Erdogan krijgt mogelijk de absolute macht, en dat is niet goed voor een democratie."

Zelfs als een oppositiekandidaat - tegen de verwachtingen in - een overwinning behaalt in de presidentsverkiezing, zal dat een pyrrusoverwinning zijn, zegt Sprangers. "De nieuwe president zal per definitie geen royale meerderheid behalen. Een oppositiekandidaat kan dan ook rekenen op enorme tegenwerking vanuit de AKP-bureaucratie, van dien orde dat het land richting onbestuurbaarheid gaat."

Vooruitblik

Sprangers rekent op roerige tijden voor Turkije, ongeacht de verkiezingsuitslag. "Als het resultaat naar wens is voor Erdogan en de AKP, wordt het roerig maar zal de onrust niet doorslaggevend zijn. Als de oppositie één of beide rondes wint, wordt het ontwrichtend roerig."

Het tijdperk-Erdogan moet volgens Sprangers zijn natuurlijke beloop krijgen, anders zullen "ressentimenten de boel nog decennialang beheersen."

"Erdogan en zijn partijleden personifiëren de Turkse identiteit zoals de meerderheid van de bevolking deze graag ziet: kritisch op het Westen, solidair met de onderdrukten in het Midden-Oosten en de rest van de wereld, conservatief in normen en waarden, tegen de feestende elite en voor de hardwerkende gezinnen en zwakkeren in de samenleving", zegt zij. "De AKP-aanhang weet nog heel goed wat het seculiere establishment in de decennia voorafgaand aan Erdogan allemaal heeft gedaan. Daar wil men niet naar terug."

Bovendien realiseren Erdogan's aanhangers maar al te goed dat als hij zijn macht verliest, zij het risico lopen opnieuw gemarginaliseerd te worden.

"Misschien niet in dezelfde mate als vroeger, maar er is niemand die het voor hen op zal nemen, zoals Erdogan doet. Ze zullen de prominente positie die ze nu hebben verliezen. Dat is een hele krachtige drijfveer."

Volgens de opiniepeilers zal het erom spannen zondag. De meest recente voorspellingen van Metropol voor de presidentsverkiezingen leveren de volgende getallen op: Erdogan (AKP) 46,2 procent, Muharrem Ince (CHP) 24,5 procent, Selahattin Demirtas (HDP) 11.3 procent, Meral Aksener (IYI) 9,2 procent, Temel Karamollaoglu 2,2 procent en Dogu Perincek 0,4 procent.

Sonar zet in op 47 procent voor Erdogan en 33 procent voor Ince, hetgeen een tweede ronde noodzakelijk maakt. Opiniepeiler Konda verwacht dat Erdogan in de eerste ronde 51,9 procent van de stemmen zal halen, genoeg om direct tot winnaar uitgeroepen te worden. De AKP haalt volgens Konda 45,5 procent van de stemmen. Tijdens de verkiezingen in november 2015 was dat nog 49,4 procent.