BRUSSEL - De christenendemocraten zijn opnieuw de grootste fractie in het Europees Parlement. Een tweede prognose van de Europese verkiezingen zondagavond laat geeft de fractie, waarvan CDA deel uitmaakt, 267 à 271 van de 736 zetels.

Procentueel is dat nauwelijks een verandering in het parlement dat door het huidige EU-verdrag circa vijftig zetels minder is gaan tellen.

De socialistische fractie met de PvdA blijft de tweede partij, ondanks een verlies. De socialisten dalen aanzienlijk naar 157 à 161 zetels.

De liberalen met VVD en D66 krimpen ook fors naar 80 à 82 zetels. Winnaar zijn de groenen, met GroenLinks. Die groeien van 43 naar 54 zetels.

Bijna negentig zetels in het parlement zijn voor partijen die zich nog niet hebben aangemeld bij een fractie, zoals de PVV.

Veel kiezers in de 27 lidstaten van de EU lijken de Europese verkiezingen te hebben aangegrepen om hun landelijke regeringen af te straffen.

Talrijke regeringspartijen, of ze nu links of rechts zijn, leden verlies. Vooral nationalistische partijen en Europasceptische partijen zouden hiervan gaan profiteren.

EU-rebel

In Duitsland, een van de negentien landen waar zondag is gestemd, deed zowel de grote christendemocratische regeringspartij CDU als de sociaaldemocratische coalitiepartner SPD het slecht.

In Spanje won de conservatieve oppositie nipt van de regerende socialisten. In Oostenrijk verloor de regerende sociaaldemocratische SPÖ flink. De EU-rebel Hans-Peter Martin kreeg bijna een vijfde van de stemmen.

In Griekenland kreeg de conservatieve regering een tik door een overwinning voor de socialistische Pasok. In Slovenië daarentegen deelde de centrumrechtse oppositiepartij SDS een klap uit aan de sociaaldemocratische regeringspartij.

Lesje

In Finland leden drie van de vier regeringspartijen verlies in het Europees parlement. Ook in onder meer Bulgarije, Hongarije, Portugal en Denemarken tekenden zich overwinningen af voor de oppositiepartijen.

In Ierland, waar vrijdag was gestemd, werd de centrumpartij Fianna Fail van premier Brian Cowen een lesje geleerd. Bij de Britten nam de steun voor het sociaaldemocratische Labourkabinet van Gordon Brown fors af.

In Groot-Brittannië was donderdag gestemd, net als in Nederland waar de regeringspartijen CDA en PvdA een nederlaag moesten incasseren.

Uitzonderingen

Polen is een van de uitzonderingen waar de regeringspartij niet werd afgestraft. Het liberaalconservatieve Burgerplatform van premier Donald Tusk kon haar aanhang in vergelijking met de vorige Europese verkiezingen in 2004 bijna verdubbelen tot ruim 45 procent.

In Frankrijk kwam de centrumrechtse regeringspartij UMP van president Nicolas Sarkozy als grootste partij uit de bus. De oppositionele socialistische partij PS leed fors verlies. Zij bleef ruim onder de 20 procent steken.

In Italië won de centrumrechtse partij van premier Silvio Berlusconi. De partij kreeg tussen de 39 en 43 procent van de stemmen. De centrumlinkse coalitie blijft steken tussen de 27 en 31 procent van de stemmen.