BRUSSEL - Nooit besteedden de Nederlandse media meer aandacht aan de verkiezingen voor het Europees Parlement dan nu, maar de gemiddelde tv-kijker zapt meteen weg zodra de Europese vlag in beeld verschijnt, blijkt uit kijkcijferonderzoek. Opvallend? Prof. dr. Rinus van Schendelen is niet verbaasd.

''Zelfs ik als beroepsmaniak heb bij lijsttrekkersdebatten soms doorgezapt'', bekent de hoogleraar politicologie aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. De uitzendingen waren doorgaans namelijk slaapverwekkend saai.

Nieuwelingen

Volgens Van Schendelen komt dat vooral doordat de meeste lijsttrekkers volslagen nieuwelingen zijn in de Europese arena. ''Niet meer dan twee van hen hebben ervaring in het Europarlement: Thijs Berman van de PvdA en Sophie in 't Veld van D66, en die zijn wat te vriendelijk in de debatten."

"De rest van de lijsttrekkers is zonder ervaring in het diepe gegooid. In de campagne waren ze dan ook vooral bezig met proberen geen fouten te maken.''

Den Haag

Weliswaar hebben CDA-lijsttrekker Wim van de Camp en zijn VVD-collega Hans van Baalen lang in de Tweede Kamer gezeten, maar dat helpt hen niet, zegt Van Schendelen. ''Brussel is geen Den Haag in het groot. Het Europees Parlement functioneert volstrekt anders dan de Tweede Kamer."

"Je kunt wel alle spelletjes en kronkelwegen op het Binnenhof kennen, maar daar heb je in het Europarlement niets aan. Er was zelfs een lijsttrekker bij die niet wist dat je daar geen interruptiemicrofoon hebt!''

Uitwerken

De onbekendheid met de Europese materie leidt er volgens Van Schendelen toe dat zij in debatten en interviews 'vluchten in abstracties'. ''Dan zeggen ze: we willen minder regels, Brussel moet zich minder met Nederland bemoeien. Laat ze dat dan eens uitwerken, naar terreinen als milieu of onderwijs bijvoorbeeld. Maar dat doen ze niet, want dan staan ze met de mond vol tanden.''

Ontdekken

In het verleden werden ook wel onervaren politici naar het Europees Parlement afgevaardigd, maar toen hadden de partijen tenminste nog eigen opleidingsklasjes. ''Daar is nu weinig van over'', zegt Van Schendelen.

Volgens hem is het 'vragen om moeilijkheden' als je onervaren kandidaten in Brussel neerzet, die 'eerst nog de grote wereld moeten leren ontdekken'. De partijen zullen daar de komende jaren de gevolgen van ondervinden, denkt hij.

Van Schendelen verwacht na de tegenvallende campagne geen hoge opkomst bij de verkiezingen donderdag. Een echte ramp vindt hij dat niet.

''Die 25 Nederlandse zetels in het Europarlement komen toch wel vol. Een hoge opkomst staat natuurlijk chiquer, maar met een lage moeten we ook kunnen leven. Uit onderzoek blijkt dat niet alleen de zeer ontevreden mensen thuisblijven, maar ook de zeer tevredenen.'