De Europese Unie is aan erosie onderhevig, schrijft het verkiezingsprogramma van de PvdA. Volgens lijsttrekker Thijs Berman is hier een remedie tegen: het vertrouwen in Brussel herstellen.

Berman is al vijf jaar actief als Europarlementariër in het Europees Parlement. Toch zijn er weinig mensen bekend met zijn curriculum vitae. Hij opereert zoals veel van zijn Brusselcollega's in de luwte. Zonder fratsen.

Hoe komt het dat zo weinig mensen u kennen?

"Als mijn eerste doel was om beroemd te worden had ik een ander vak gekozen. Mijn vak is opkomen voor de mensen in Nederland en in Europa. Dan ben ik niet elke dag bezig om naar de pers te rennen."

Maar aan de andere kant wilt u wel uw beleid uitdragen, toch?

"Natuurlijk, maar vraag eens aan een willekeurig iemand in Nederland of hij een Kamerlid kent. Dat valt ook wel mee. Mijn bekendheid is ongeveer even groot als die van VVD-lijsttrekker Hans van Baalen."

De ene naar de andere richtlijn wordt ingevoerd voor de Europese lidstaten. Toch zeggen jullie dat Europa aan erosie onderhevig is. Hoe komt dat?

"Je ziet duidelijk dat Europa kampt met een vertrouwenscrisis. We weten dat we moeten samenwerken, maar vertrouwen we Brussel? Dat vragen mensen zich af. Vertrouwen we de EU? Europa zal dat vertrouwen moeten terugverdienen."

Waar komt die scepsis dan vandaan? De EU heeft niemand iets misdaan.

"Zeker niet. Integendeel, de EU betekent in feite voor ons allemaal een dertiende maand. Maar dat staat niet op je loonstrookje. Mensen voelen het ook niet zo."

"Wat Europa moet doen is resultaat laten zien in de aanpak van het klimaatprobleem. En resultaat laten zien in de aanpak van de economische crisis."

"Daarnaast moet meer uitgeven worden aan onderzoek en onderwijs. En jongeren de kans geven om elders in Europa te gaan studeren."

Maar hoe komt het dan dat het vertrouwen weg is?

"Het is niet zo dat iedereen per se tegen Brussel is. Niemand zegt: laat het maar uit elkaar vallen."

Maar zo'n Europese grondwet wordt wel afgewezen.

"Dat was een heel duidelijk signaal dat mensen de EU niet zagen als een bescherming van hun positie op dat moment. De EU zal daar iets aan moeten doen en ik denk dat wij daar een antwoord op hebben."

"Europa zal namelijk moeten luisteren naar de lidstaten. Een Europa dat bescheiden is en zich niet bemoeit met belastingen, de zorgsector en woningbouwverenigingen."

Luisteren naar de lidstaten, betekent dat ook luisteren naar de inwoners van die lidstaten?

"Allebei. Als het goed is luisteren de regeringen naar hun inwoners."

Maar in Nederland was er gemor over het verdrag van Lissabon. Mensen waren boos dat het niet opnieuw werd voorgelegd.

"Dat kun je Brussel niet verwijten. Dat is een keuze die per lidstaat wordt gemaakt. Daar kan Brussel alleen naar kijken."

Zouden referenda over besluitvorming kunnen helpen om de euroscepsis weg te nemen?

"Referenda zijn een nationale zaak. In Duitsland bestaat het referendum niet, omdat ze daar in het verleden slechte ervaringen mee hebben gehad. Daar kan het dus niet en zal het ook niet zo snel komen."

Geen referenda dus?

"Als we een referendum houden over Brussels beleid heb ik dat het liefst op Europese schaal. Op dezelfde dag. Dan wordt het losgekoppeld van lokale politieke problemen. Dan voorkom je dat het referendum een afwijzing wordt van het beleid van je eigen regering."

Een van de uitdagingen is dus het klimaatprobleem. Hoe kan de EU worden ingezet om dit probleem op te lossen?

"Er moet veel meer geld naar onderzoek naar schone energie. Niet een beetje, maar veel meer. We lopen op dat terrein enorm achter ten opzichte van Amerika en Japan. Daar moet een enorme slag gemaakt worden."

"Dat vraagt om een andere Europese begroting. In de praktijk komt dat neer op minder geld naar landbouw. Deze gelden moeten voor een groot deel worden overgeheveld naar onderzoek en innovatie."

Concreet, waar moet dat geld dan heen?

"Bijvoorbeeld naar het midden- en kleinbedrijf. En naar de universiteiten. Die moeten beter gaan samenwerken. Dan kun je stappen zetten."

"De doelstellingen op dat gebied moeten ambitieus zijn. In 2050 moeten we 50 procent minder CO2-uitstoten."

Is dat ambitieus genoeg?

"Het zal een hele toer worden om dat te halen. Maar als het technisch mogelijk is zouden we nog verder kunnen gaan. Dit is een eis op basis van de kennis die er nu is."

U loopt al een paar jaar rond in Brussel. Is de urgentie om het klimaat te helpen daar voldoende doordrongen?

"Ik denk het wel. Er zijn collega's in het Europees Parlement die zeggen dat er een klimaatfonds moet komen. Voor arme landen die de klimaatproblemen niet hebben veroorzaakt, maar er wel last van hebben."

Maar dat zegt nog niet zoveel over de ambities van Brussel op dit terrein.

"Er moet nog een ambitieslag gemaakt worden. Maar daar kom je in botsing met de lidstaten. De autoindustrie komt dan bijvoorbeeld in het geweer. Die willen niet te hoge eisen voor schone motoren."

De autoindustrie zit toch niet in het Europees Parlement?

"Die landen zullen zeggen dat ze niet meer kunnen concurreren. Dit gaat te snel, zeggen ze dan. Dat is soms heel frustrerend, want dan moet je compromissen sluiten."

"Dit zal ook de inzet van de verkiezingen zijn. Er moet een progressief parlement komen dat wel die normen kan opleggen."

Thijs Berman