Van een kleine tocht door Nederland tot een route dwars door Europa; fietsvakanties kun je zo avontuurlijk maken als je zelf wil. Waar moet je rekening mee houden als je meerdere dagen of weken op pad gaat? NU.nl vroeg het aan expert Marco de Wit, die zelf onder meer van Alaska naar het zuidelijkste puntje van Argentinië fietste.

"Het allerbelangrijkste is om niet te veel beren op de weg te zien", begint De Wit. Na uiteenlopende fietservaringen schreef hij met collega Ellen van Drunen het Handboek Fietsvakanties en hij is eigenaar van het Rotterdamse Bike4Travel. "Pak gewoon de fiets die je al hebt, bind er een paar tassen op en ga maar op pad. Het hoeft voor niemand een drempel te zijn."

Binnen Nederland is de Noordzeeroute een van de grote aanraders, weet De Wit. "Een fietspad dat langs de hele kustlijn loopt. Je komt door de duinen, gaat slingerend door stukjes bos, heel afwisselend. Anders dan de rest van Nederland, waar je vooral veel polderlandschappen en dorpjes tegenkomt."

Voorbereid op reis

Hoe langer de tocht, hoe belangrijker het materiaal wordt. Om mee te beginnen: de fiets zelf. De Wit: "Als je buiten Nederland komt, is het in ieder geval handig om versnellingen te hebben. In de Ardennen wil je bijvoorbeeld kunnen terugschakelen als je omhoog fietst. Daarnaast wil je dat je fiets heel blijft, dus sterke wielen zijn een aanrader."

Voor het geval er toch onderweg iets gebeurt, is het verstandig om een aantal spullen bij je te hebben. Een pompje, plakset of een reservebinnenband behoren tot de standaarduitrusting. "Een multitool is handig om bijvoorbeeld boutjes mee aan te draaien", vertelt De Wit. "En schroom niet om om hulp te vragen. Overal ter wereld staat iedereen klaar om je te helpen."

Tips om avontuur op te zoeken

Wie van een beetje avontuur houdt, kan hotels vermijden en een eigen tentje meenemen. Maar ook daar zijn uiteraard afwegingen bij te maken. "Je fietst het lekkerst als je zo min mogelijk bij je hebt", aldus De Wit. "Maar dan slaap je dus 's avonds ook in je extra kleine tentje. Iedereen moet daar zelf een afweging in maken. Je kunt er ook voor kiezen om het kamperen iets comfortabeler te maken."

“Bikepacking is tegenwoordig weer in opkomst.”

Een bijkomend voordeel van een lichte bepakking is dat je niet meer aan fietspaden gebonden bent. "Bikepacking is tegenwoordig weer in opkomst", weet de fietsexpert. "Dan knoop je kleine tasjes aan een mountainbike of racefiets en wordt het mogelijk om andere paadjes mee te pakken."

Met grotere tassen is het prettig om een stijf frame en een stevige bagagedrager te hebben, zodat de fiets niet te veel gaat zwabberen. Daarnaast wordt de zithouding belangrijker naarmate grotere afstanden overbrugd moeten worden.

"Langs de Nederlandse kust maakt het niet zo veel uit hoe hard je gaat", weet De Wit. "Maar als je door Midden-Frankrijk fietst en iedere dag 90 kilometer wil halen, moet je wat meer kracht kunnen leveren. Daarvoor heb je een fiets met een sportievere houding nodig."

Droge slaapzak en voldoende eten

Hou er daarnaast rekening mee dat spullen nat kunnen worden. Waterdichte tassen zijn handig tijdens een regenbui, hoewel een slaapzak ook bijvoorbeeld opgerold kan worden in een vuilniszak.

De Wit vertelt dat ongeveer de helft van de fietsreizigers restaurants opzoekt, terwijl de andere helft zelf eten klaarmaakt met een gasbrandertje. "Ook bij een route door de Ardennen kom je soms al een paar dagen geen winkeltje tegen, dus dan kun je voor een paar dagen eten meenemen."

Extremer kan het ook, weet hij uit ervaring. "Zowel in Alaska als Argentinië heb je trajecten van 500 kilometer waar je geen winkels tegenkomt. Daar fiets je dan vijf of zes dagen over. Elke zevende dag moet je dan toch wel een winkeltje tegenkomen om je tassen weer helemaal vol te laden."

“In de Alpen fiets ik graag een rondje van twee of drie weken.”

'Fiets niet met torenhoge ambities'

Tegenwoordig houdt de fietsfanaat het dichter bij huis. "Ik rij graag met de auto naar de Alpen. Daar laad ik mijn fiets uit voor een rondje van twee of drie weken, waarbij ik aan het eind weer bij de auto uitkom."

Aan beginnende enthousiastelingen wil De Wit nog een waarschuwing meegeven. "Mensen die voor het eerst een grote fietsroute afleggen, hebben nog weleens te veel ambitie. Dan stippelen ze een tocht uit naar Rome of Santiago de Compostela, maar calculeren ze een gemiddelde van 100 kilometer per dag. Ondanks dat ze moe worden na een paar dagen, willen ze dan datzelfde schema vasthouden."

"Zonde om jezelf zo'n minimumafstand op te leggen", zegt De Wit. "Ik vind het prettiger om elke middag even aan te voelen hoe het gaat. Zijn we moe, dan zoeken we een camping op en korten we het gewoon wat in. Je doet het uiteindelijk toch voor je plezier."