De Utrechtse coffeeshops doen niet mee aan een landelijk proef waarbij legale, door de overheid goedgekeurde wiet mag worden verkocht.

De coffeeshophouders in de stad kunnen niet uit de voeten met de voorwaarden die aan de wietproef worden gesteld. Zo moeten in een deelnemende gemeente alle coffeeshops zich aansluiten bij de proef. Een aantal Utrechtse ondernemers heeft hier geen trek in.

De coffeeshops zijn niet overtuigd dat de geleverde cannabis van voldoende kwaliteit is. Het gevolg hiervan zou zijn dat op straat illegaal wordt gehandeld in hasj uit het buitenland. Naast de door het Rijk geleverde cannabis willen de coffeeshops ook graag eigen producten verkopen.

Volgens wethouder Eelco Eerenberg (D66) zijn de Utrechtse coffeeshops net als de gemeente voor legalisering van softdrugs, maar zijn er nog teveel zorgen en vragen rond het wietexperiment. Meerdere coffeeshophouders voelen er wel voor later in te stromen, als de kinderziektes zijn overwonnen.

De gemeenteraad zou zich later dit jaar over deelname aan de wietproef buigen. Volgens de wethouder komt dat te laat voor het Rijk. Utrecht moet voor het eind van deze week aangeven of het als grote gemeente mee wil doen. "Nu dit draagvlak ontbreekt, hebben wij besloten om, ondanks interesse vanuit het college en de raad, ons niet aan te melden voor het landelijk experiment gesloten coffeeshopketen."

Criminaliteit

Het idee van de landelijke proef is om door wiet legaal te kweken de criminele schakel uit de bevoorrading van coffeeshops te halen. Dit zou tot minder georganiseerde criminaliteit en overlast moeten leiden. Door legaal te kweken, kan ook beter op de kwaliteit van de wiet worden gelet, wat de volksgezondheid ten goede moet komen. In het huidige softdrugsbeleid mogen coffeeshops wel wiet verkopen, maar is het bevoorraden strafbaar.