Surinamers en Antillianen moeten kosteloos hun achternaam kunnen veranderen als die uit het koloniale verleden stamt. Dat wil een ruime meerderheid van de lokale politiek in Utrecht. Mensen die hun achternaam willen veranderen moeten daar nu 835 euro voor betalen.

Slaven die op Nederlandse plantages in Suriname en op de Antillen gedwongen werden te werken, hadden vaak alleen een voornaam. Bij de afschaffing van de slavernij in 1863 werd voor hen bepaald welke achternaam ze kregen.

Vaak werden vrijverklaarde slaven vernoemd naar Nederlandse steden, de plantage waar ze hadden gewerkt of naar de producten die daar werden verbouwd.

"Veel Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders hebben een Nederlands klinkende achternaam die hen herinnert aan het slavernijverleden", zei Mahmut Sungur van de fractie van Denk donderdag in een vergadering van de Utrechtse gemeenteraad.

Denigrerend

Om nakomelingen van slaven het gemakkelijker te maken hun naam te veranderen moet dit gratis worden. De fractie Denk wil ook af van het verplichte psychische onderzoek dat nodig is wanneer iemand zijn naam wil veranderen. Een dergelijk onderzoek dat moet aantonen dat iemand lijdt onder zijn achternaam, is volgens Denk 'belastend en denigrerend'.

Het voorstel van Denk om samen met Rotterdam, Den Haag en Amsterdam te pleiten voor afschaffing van de kosten van een naamswijziging en het psychologisch onderzoek, kreeg de steun van een ruime meerderheid van de raad.

Onderzoek

De lokale politiek wil ook dat het onlangs gepresenteerde onderzoek naar het slavernijverleden van Utrecht een vervolg krijgt. De conclusie van deze studie luidde dat Utrecht veel meer betrokken is geweest bij het slavernijverleden dan tot nu toe bekend was.

Nader onderzoek moet nog meer licht werpen op deze zwarte bladzijde in de geschiedenis waarin ook (vooraanstaande) Utrechters een aandeel hadden.