De gemeente Utrecht gaat onderzoek doen naar de houding van de gemeente en haar voorgangers richting de Roma- en Sintigemeenschap tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek wordt gekeken of rechtsherstel mogelijk is voor deze gemeenschappen in Utrecht.

Dat heeft de gemeenteraad donderdagmiddag besloten nadat de fractie van DENK hierover een motie had ingediend.

"Roma en Sinti zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog ook vervolgd door het naziregime, waarbij een groot deel van de Roma- en Sintigemeenschap in Nederland tijdens de razzia van mei 1944 naar Auschwitz-Birkenau is gedeporteerd en vermoord", zei DENK-fractievoorzitter Mahmut Sungur.

Burgemeester Sharon Dijksma sprak in een reactie van "onbeschrijfelijk leed". "Daar moeten we ons van vergewissen en het erkennen. De motie van DENK geeft de gelegenheid om dat tot uitdrukking te brengen."

Dijksma zei contact te hebben gehad met Den Haag, waar ook dergelijk onderzoek is gedaan. Ze zegt bereid te zijn om met de onderzoekers, die de gemeenschappen kennen, ook zo'n stap te zetten.

Fractievoorzitter Heleen de Boer van GroenLinks meldde in haar stemverklaring dat "veel groepen onbeschrijfelijk hebben geleden onder de verschrikking van het nazisme". Ze benadrukt dat het gaat om Joden, Sinti en Roma, maar ook om homoseksuelen, mensen met een verstandelijke beperking en communisten. "Elk van deze groepen verdient specifiek aandacht", aldus De Boer. Alle partijen stemden voor, alleen Stadsbelang Utrecht onthield zich van stemming.

Onlangs vroeg DENK ook al aandacht voor de Roma- en Sintigemeenschap en voor het slavernijverleden in de stad. Dat leidde echter tot consternatie in de raad, omdat DENK dit deed tijdens een debat over het rechtsherste van Joden. Veel partijen vonden dat niet het juiste moment.