De gemeente gaat onderzoeken of bestaande locaties met standplaatsen voor woonwagens uitgebreid kunnen worden. Er is veel vraag naar, maar daartegenover staat de vraag naar reguliere woningbouw en er is maar beperkt plek.

Het College voor de Rechten van de Mens stelde een aantal jaar geleden al dat leven in een woonwagen een essentieel onderdeel is van de culturele identiteit van woonwagenbewoners. Het Rijk, lokale overheden en woningcorporaties werden erop gewezen verplicht te zijn deze culturele identiteit te beschermen en te faciliteren.

Sinds deze uitspraak hebben onder andere de Nationale ombudsman, het Rijk en de gemeente Utrecht zich over de kwestie gebogen. Uiteindelijk heeft de gemeente in de Woonvisie van juli 2019 het volgende opgenomen: "Wij willen samen met betrokkenen de mogelijkheden verkennen voor meer standplaatsen en eventuele aanpassing van de toewijzingsprocedure."

In Utrecht zijn momenteel 137 standplaatsen, verdeeld over 34 locaties. De grootste locatie heeft vijftien standplaatsen en de kleinste heeft er één. Negenentwintig locaties hebben twee of drie standplaatsen. Ter vergelijking; Amsterdam telt 190 standplaatsen, Rotterdam heeft er 113 en Den Haag 223. Er staan in Utrecht momenteel ongeveer 115 personen op de wachtlijst voor een woonwagenstandplaats.

Het is volgens de gemeente niet makkelijk om bestaande locaties uit te breiden. Een standplaats neemt namelijk relatief veel ruimte in, terwijl het beleid op dit moment juist gericht is om de schaarse grond zo efficiënt mogelijk te benutten.

Sport, groen en openbare ruimte

De gemeente maakte onlangs de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) bekend. Daaruit blijkt dat er in de stad onder meer behoefte is aan ruimte voor sport, maatschappelijke voorzieningen, groen en openbare ruimte.

"In alle gevallen wordt bekeken hoe de grond zo passend mogelijk kan worden gebruikt. Het extensieve grondgebruik voor een woonwagenlocatie is dan moeilijk te verantwoorden", aldus de gemeente.

Mede hierom wil Utrecht randgemeenten aansporen meer standplaatsen aan te leggen. Uit gegevens van 2017 blijkt dat er in de regio rond de stad in zeven andere gemeenten standplaatsen voor woonwagens te vinden zijn. Deze liggen in De Ronde Venen, De Bilt, Houten, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Zeist en Vianen. In totaal zijn in deze gemeenten tweehonderd standplaatsen, waarvan 140 in Zeist.

Uit gesprekken die de gemeente met woonwagenbewoners voerde kwam naar voren dat zij niet specifiek een standplaats in de stad zoeken. De bewoners vinden het vooral belangrijk dat ze met hun familie samenwonen.

Woonwagencentra kwetsbare locaties

Desondanks gaat de gemeente dit voorjaar onderzoeken bij welke Utrechtse woonwagenlocaties extra plekken aangelegd kunnen worden. Daarin wordt ook rekening gehouden met de veiligheid. Uit het stedelijk ondermijningsbeeld bleek namelijk dat woonwagencentra kwetsbare locaties zijn. "Het vergroten van woonwagenlocaties zou kunnen leiden tot intensivering van problemen."

Het onderzoek zal enkele maanden in beslag nemen. "Het zal zich niet alleen richten op waar een extra standplaats in ruimtelijke zin mogelijk is, maar zal een bredere afweging bevatten waarin ook concurrerende ruimtelijke belangen en sociale aspecten worden meegewogen." In de tweede helft van dit jaar verwacht de gemeente een resultaat te hebben.