De wethouders Onderwijs van Utrecht, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag hebben dinsdag in een brief aan minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media) de noodklok geluid over de situatie in het onderwijs. De wethouders pleiten voor een nationaal onderwijsplan voor gelijke onderwijskansen en het wegwerken van achterstanden.

De wethouders zien naar eigen zeggen dagelijks de negatieve effecten van de coronacrisis op de kansengelijkheid onder kinderen en jongeren, en de oplopende achterstanden onder kinderen in kwetsbare groepen. Een meerderheid van de kinderen, vooral uit kwetsbare gezinnen, loopt door de sluiting van de scholen achterstanden op.

Op korte termijn willen de wethouders vooral weten hoe de scholen zo snel mogelijk weer open kunnen, maar ook op lange termijn zijn maatregelen nodig. In de brief staat dat de wethouders zich al lange tijd zorgen maken om de situatie van een grote groep kinderen in hun steden.

"We weten dat de sociaaleconomische situatie van ouders voor een groot gedeelte de schoolcarrière van leerlingen bepaalt. Bijles en voorschoolse educatie kunnen hierbij helpen, maar bereiken deze groep kinderen en jongeren nog onvoldoende vanwege bijvoorbeeld geldgebrek bij ouders. Kinderen van welvarende ouders krijgen deze extra ondersteuning vaak wel", aldus de wethouders.

De scholen zijn al sinds half december gesloten.

De scholen zijn al sinds half december gesloten.
De scholen zijn al sinds half december gesloten.
Foto: ANP

Wethouders: Oplossing nog niet in zicht

Een structurele oplossing is volgens de wethouders nog niet in zicht en de coronacrisis heeft er op verschillende manieren voor gezorgd dat de situatie in het onderwijs is verslechterd. De problemen die voor de coronacrisis al bestonden, zorgen nu volgens de wethouders, in combinatie met de negatieve effecten van de coronacrisis, voor een "nijpende situatie".

De wethouders werken al samen met schoolbesturen en lokale partners om de situatie te verbeteren, maar ze willen dat de overheid aansluit. "Bij voorkeur door een Nationaal Plan te ontwikkelen om kansenongelijkheid te bestrijden en achterstanden terug te dringen", staat in de brief.

De wethouders noemen in de brief vier maatregelen die bij kunnen dragen. Om te beginnen moeten alle kinderen van nul tot vier jaar oud gelijke toegang hebben tot peutervoorzieningen, zoals kinderdagverblijven. Verder moet zogenoemde extra leertijd beschikbaar worden voor kinderen en jongeren die dat het hardst nodig hebben.

De wethouders willen daarnaast dat kinderen op latere leeftijd geselecteerd worden voor de onderwijsniveaus op de middelbare school. Dat gebeurt in Nederland nu op elfjarige leeftijd, terwijl dat in de meeste andere westerse landen veel later is. Tot slot moet ook het lerarentekort worden bestreden.