Wetenschappers van de Universiteit Utrecht (UU) hebben onderzoek gedaan naar de potvis die donderdag aanspoelde op Vlieland. Het snijteam van de faculteit Diergeneeskunde reisde afgelopen weekend af naar het eiland om onder grote tijdsdruk sectie te verrichten op het dier.

Volgens Lonneke Ijsseldijk, bioloog bij de UU, ging het om een potvis van 13,6 meter met een geschat gewicht van ongeveer 30 ton. "Deze klus moest in één dag worden geklaard met als gevolg dat ook de sectie op het dier onder tijdsdruk moest worden uitgevoerd", zegt IJsseldijk.

De veterinair pathologen en biologen van de UU hebben op Vlieland sectiegegevens en stukjes van weefsels verzameld. Die worden in het laboratorium onderzocht om te kijken of de potvis ziek was. Ook de maag met inhoud en stukken van de darm zijn verzameld voor het dieetonderzoek van Wageningen University & Research (WUR).

"De maag en stukken darmen worden uitgespoeld om alle nog aanwezige voedselresten te kunnen verzamelen", zegt bioloog Mardik Leopold van de WUR. "Zo leren we, potvis na potvis, steeds iets meer over de gezondheid en het dieet van deze dieren. Een belangrijke vraag hierbij is of een in Nederland gestrande potvis nog voedsel heeft weten te vinden in de zuidelijke Noordzee."

In het laboratorium van Wageningen Marine Research staan een zeetafel en een tuinslang klaar voor het onderzoek. Leopold: "We spoelen de maag en de stukken darm schoon en dan kan het tellen, determineren en opmeten van de aangetroffen prooiresten beginnen. Meestal gaat het om kaakjes van inktvissen, die erg hard zijn en resistent tegen maagzuur. Maar soms vinden we ook nog visresten, opvallend vaak van zeeduivels: een soort die in diep water op de zeebodem leeft."