De gemeente Utrecht ziet geen problemen bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP), waar Utrechtse ambtenaren pensioen opbouwen. Het ABP investeert nog steeds in fossiele industrie en dat strookt niet met de klimaatdoelstellingen, maar volgens de gemeente is dat een kwestie van tijd.

De gemeente zegt dat het ABP voor de derde keer op rij is uitgeroepen tot meest duurzame Nederlandse pensioenfonds. "Dus het ABP springt er in positieve zin uit als het gaat om duurzaam beleggen. Wel is het zo dat het ABP op dit moment nog steeds belegt in de fossiele industrie en dat sluit niet aan bij onze ambities in de stad."

"We zien dat sinds 2015 het ABP werkt aan het afbouwen van hun beleggingen in deze industrie", vervolgt de gemeente. "We begrijpen ook dat het tijd vraagt om dit soort beleggingsportefeuilles af te bouwen, dus dat dit niet van het ene op andere moment geregeld is."

De Partij voor de Dieren (PvdD) had om opheldering gevraagd bij het college. Uit analyse van diverse milieuclubs bleek volgens de partij dat de fossiele investeringen van het ABP op ramkoers liggen met de afspraken uit het klimaatakkoord.

"Het college heeft de ambitie zo snel mogelijk klimaatneutraal te zijn, en heeft zich gecommitteerd aan de Global Goals. Daarom kan onze fractie zich voorstellen dat het college vaart wil maken met fossielvrij maken van de gehele gemeente. Daarbij hoort dan natuurlijk ook de pensioenvoorziening van haar ambtenaren", aldus de PvdD.

In het nieuwe beleid voor de aankomende vijf jaar staat volgens de gemeente dat het ABP de afbouw in investeringen in fossiele industrie doorzet. Hiermee zou het beleid in lijn komen met het Nederlandse Klimaatakkoord en het akkoord van Parijs.