De Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) onderzoekt met behulp van negentien sensoren op perron 5 van station Utrecht Centraal het gedrag van reizigers die onderling 1,5 meter afstand moeten houden. De resultaten van het onderzoek moeten onder meer helpen treinstations veiliger te maken.

De sensoren hangen al sinds 2017 op Utrecht Centraal. Op het hele perron worden metingen verricht voor onderzoeken naar bijvoorbeeld looppaden van reizigers. Perron 5 is een van de drukste perrons van Nederland. In normale omstandigheden tellen de sensoren hier zo'n 100.000 bezoekers per dag. Tijdens de eerste drie maanden van de coronacrisis is dit aantal gedaald naar zestienduizend.

Sinds de uitbraak van COVID-19 zag de TU/e mogelijkheden om de sensoren in te zetten voor onderzoek naar het gedrag van mensen die zich aan de anderhalvemetermaatregel moeten houden.

Op de stations is het inmiddels rustiger geworden, maar hebben reizigers door de maatregel ook meer ruimte nodig. De TU/e ontwikkelde voor het onderzoek een nieuw algoritme. Dat algoritme probeert mensen uit te sluiten die onderling geen afstand hoeven te houden, omdat ze samen een huishouden vormen.

De sensoren op het perron reconstrueren een zogenoemde dieptekaart: een kaart die de afstand tussen elk ruimtelijk punt en de sensor weergeeft. De sensor verzamelt voldoende informatie om de positie van passanten te identificeren en trajecten te bepalen.

Met de sensoren kunnen onder meer hotspots worden aangewezen, oftewel plekken waar mensen vaak de anderhalvemetermaatregel overtreden. ProRail gebruikt de uitkomsten van de onderzoeken voor oplossingen, zoals realtime informatie over drukte en automatische boodschappen over de luidsprekers om de doorstroming op het perron te verbeteren.