Een groot deel van de Utrechtse gemeenteraad vraagt het college in gesprek te gaan met Utrechtse musea over hun koloniale collecties. De vragen komen voort uit het rapport Koloniale Collecties en Erkenning van Onrecht dat de Raad voor Cultuur vorige week presenteerde.

Het rapport gaat over de koloniale geschiedenis van Nederland. "Ruim vier eeuwen lang waren Nederlanders op vele plaatsen op deze continenten aanwezig als handelaren, kolonisten en bezetters. Een tijd die zich voor de oorspronkelijke bevolking kenmerkte door uitbuiting, geweld, racisme en onderdrukking", staat in het rapport. In de Nederlandse musea is dit 'historisch onrecht' te zien in de koloniale collecties.

De Museumvereniging heeft onder vierhonderd van haar leden een enquête uitgezet die inzichtelijk moet maken welke musea zulke objecten en kunstwerken hebben. De enquête werd door 115 musea ingevuld en 10 procent blijkt een goed overzicht te hebben van de herkomst van koloniale cultuurgoederen die ze beheren. 21 van de musea zeggen dat ze koloniale cultuurgoederen beheren die zonder instemming van de voormalige eigenaar zijn verworven.

De Utrechtse politiek wil van het college weten of er Utrechtse musea hebben meegedaan aan de enquête en om welke musea het dan gaat. Ook willen ze duidelijkheid over hoeveel koloniale objecten en kunstwerken zich in Utrechtse musea bevinden.

Het Rijksmuseum en het Tropenmuseum hebben aangegeven zich te kunnen vinden in de conclusies van het rapport. De Utrechtse partijen willen dat het college over het advies in gesprek gaat met Utrechtse musea die koloniale objecten in hun collectie hebben. Daaruit moet voor de gemeenteraad duidelijk worden welke acties de musea willen ondernemen.