De gemeente Utrecht heeft donderdag een definitief voorstel gepresenteerd om duurzame energie op te wekken in de polders Rijnenburg en Reijerscop. De polders worden voor minimaal twintig jaar een energielandschap met maximaal acht windmolens en ongeveer 230 hectare zonnevelden.

Het energielandschap kan op z'n vroegst in 2022 klaar zijn. In het gebied kan voor 82.500 huishoudens elektriciteit worden opgewekt. Omgerekend is dat ongeveer 20 procent van de huidige Utrechtse vraag naar elektriciteit.

De windmolens komen te staan in het noorden van Rijnenburg en Reijerscop, de zonnevelden in het noorden en oosten van Rijnenburg. In tegenstelling tot een eerder voorstel komen er geen windmolens in het middengebied van Rijnenburg.

Afgelopen zomer werd er een conceptvoorstel aan de gemeenteraad en buurgemeenten voorgelegd. Ten opzichte van dat plan zijn er twee belangrijke zaken gewijzigd. Het gebied voor windmolens is verkleind en de duur van het energielandschap is verlengd.

Daarnaast blijft het landschap ook langer als energiegebied ingericht. Energieproducenten hebben bij de gemeente aangegeven te moeten rekenen met een periode van minimaal twintig jaar in plaats van vijftien omdat de subsidievoorwaarden van het Rijk zijn veranderd.

Ook ruimte voor andere ontwikkelingen

Beleggers, ontwikkelaars en corporaties riepen de gemeente eerder op om de polder Rijnenburg te gebruiken om woningbouw te ontwikkelen. Door de windmolens uit het middengebied te halen wordt dit mogelijk gemaakt.

Het besluit over woningbouw wordt echter in de Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) genomen. In de huidige RSU, die geldt tot 2030, kiest Utrecht voor binnenstedelijk bouwen en wordt dus in ieder geval voorlopig niet uitgebreid in de polder.

Het middengebied kan ook worden gebruikt voor andere ontwikkelingen van het gebied. Naast energieproductie of woningbouw is er ook ruimte voor groen, werklocaties, maatschappelijke voorzieningen of sport.

Gemeenteraad buigt zich over voorstel

De gemeenteraad gaat nu besluiten over het voorstel van het college. Initiatiefnemers krijgen daarna drie maanden de tijd om plannen in te dienen. Die plannen moeten aan strenge eisen voldoen om overlast van geluid en slagschaduw van windmolens zoveel mogelijk te beperken.

Naast de minimumafstand tot de woonwijken moeten de molens zo stil mogelijk worden en moeten bewoners van de polder kunnen aangeven wanneer er sprake is van hinderlijke slagschaduw. Verder worden energiebedrijven verplicht om bewoners en omwonenden mee te laten profiteren van de opbrengst, bijvoorbeeld door zelf te kunnen investeren in windmolens en zonnevelden.

Een kaart met de gebieden waar de zonnevelden en windmolens mogelijk komen. (Beeld: Gemeente Utrecht)