De gemeente Utrecht betuigt spijt voor de onrust die is ontstaan onder bewoners van de Croeselaan. De gemeente concludeert dat er duidelijker gecommuniceerd had moeten worden.

"Zeker gezien de omstandigheden waarin nog veel onzeker en nog niet volledig onderzocht is", is woensdag te lezen in een brief aan de gemeenteraad.

De onrust is ontstaan bij een groep mensen die nu nog op de Utrechtse Croeselaan woont, maar van wie de huizen gesloopt gaan worden. Het zogenoemde Beurskwartier wordt een uitbreiding van het centrumgebied en daarvoor moeten tientallen woningen aan de Croeselaan wijken.

De bewoners van de Croeselaan probeerden hun woningen meerdere jaren voor de sloopkogel te behoeden. Dit is niet gelukt, maar wel is er gesproken over vervangende woonruimte in het gebied, voornamelijk in de Jan van Foreeststraat.

De bewoners trokken aan de bel na een bijeenkomst op 7 november, omdat zij meenden dat er niet voor iedereen vervangende of gelijkwaardige woonruimte komt.

Locatie te klein voor alle bewoners

De gemeente laat woensdag weten dat er beter gecommuniceerd had moeten worden. Niet alle bewoners kunnen in de nieuwe woningen op de Jan van Foreeststraat terecht: daar is de locatie te klein voor.

Er is wel voldoende ruimte voor de sociale huurwoningen, maar niet voor alle andere bewoners. De gemeente ging daarom in de verkenning van deze situatie uit, wat tot onrust leidde.

De bewoners waren ook niet te spreken over de grootte van de geplande woningen. De "gelijkwaardigheid" van woningen is volgens de gemeente moeilijk te vergelijken, helemaal omdat de huidige bewoners veel verschillende wensen hebben. Ook zijn er bewoners die juist kleiner of groter willen gaan wonen.

Gemeente gaat naar wensen kijken

De gemeente gaat naar de wensen van alle bewoners kijken. Het plan voor de Jan van Foreeststraat wordt dan weer tegen het licht gehouden. Dit zorgt wel voor vertraging.

"Wij beseffen echter ook dat de situatie zo complex is, dat niet iedereen 100 procent tevreden zal kunnen worden gesteld", schrijft de gemeente verder. "Een compleet identieke woning zal niet mogelijk zijn, maar wel een gelijkwaardige. Maar hoe dan ook: in de directe nabijheid van waar de mensen nu wonen, is een oplossing voor wie dat wil in alle redelijkheid mogelijk."