De kosten voor de Uithoflijn in Utrecht vallen opnieuw miljoenen euro's hoger uit dan was begroot, blijkt donderdag uit een inventarisatie door de provincie Utrecht. Henk van Deún, fractievoorzitter namens de PVV in de gemeente Utrecht, bevestigt het nieuws donderdag na berichtgeving door De Telegraaf.

Het zou gaan om een financiële tegenvaller van tussen de 22 en 39 miljoen euro. Het geld is volgens Van Deún onder meer nodig voor het slijpen van de rails, het vervangen van het wegdek en het vervangen van de bovenleiding.

De Uithoflijn, die het station Utrecht Centraal verbindt met de Uithof, gaat op 16 december rijden. Volgens de PVV-fractievoorzitter in Utrecht betekenen de benodigde werkzaamheden dat de tramlijn mogelijk weer moet worden stilgelegd. Of dat inderdaad het geval is, hoort hij graag van het college.

De Uithoflijn kampte al eerder met financiële tegenvallers. In 2018 werd bekend dat de tramlijn 84 miljoen euro duurder zal uitvallen dan begroot, waardoor de totale kosten zullen oplopen tot ongeveer een half miljard euro. Drie kwart van deze 84 miljoen euro komt voor rekening van de provincie. Daardoor raakt de kostenoverschrijding alle gemeenten in de provincie Utrecht.

Onterechte betalingen bij project Uithoflijn

Eind januari schreef het AD dat er mogelijk voor miljoenen euro's aan onterechte betalingen zijn gedaan aan bouwbedrijf BAM. Het zou gaan om een bedrag van 10 miljoen euro dat niet is onderbouwd. Het college liet begin februari in antwoord op schriftelijke vragen weten zich niet te herkennen in de beweringen die in de krant werden gedaan.

Uit de controle van de jaarrekening bleek in juli een totaalbedrag van 12,2 miljoen euro "aan onzekerheden voor getrouwheid en rechtmatigheid" bij het project Uithoflijn. Volgens een extern accountantsbureau had de verantwoording van de bedragen beter gemoeten. De provincie zei destijds dat er ondertussen maatregelen zijn genomen om dit in de toekomst beter te doen.

Provincie vindt bekendmaking van info 'zorgelijk'

Gedeputeerde van de provincie Utrecht, Arne Schaddelee, noemt het in een schriftelijke reactie 'zorgelijk' dat de informatie in een 'prematuur stadium' naar buiten is gebracht.

Hij wijst op de programmabegroting 2020, waarin stond: "Pas nadat er duidelijkheid is over de precieze staat van de infrastructuur kan bepaald worden welke implicaties dit heeft voor de onderhoudsmaatregelen én de extra kosten die hiermee gemoeid gaan. Voor het eventuele herstel van deze zaken zal een apart voorstel worden gemaakt en zo mogelijk binnen het projectbudget van de Uithoflijn worden opgevangen."