Studenten van de Hogeschool Utrecht (HU) hebben onderzocht hoe de Steenweg in het centrum van de stad aantrekkelijker voor winkelend publiek gemaakt kan worden.

Het onderzoek werd uitgevoerd door studenten van de opleiding Built Environment aan de HU, samen met ruimteontwerp- en adviesbureau Ruimteverhaal.

In het onderzoek werd gekeken naar wat gemeenten, vastgoedeigenaren en ondernemers kunnen doen om winkelstraten aantrekkelijk te maken. De bezoekersaantallen van winkels nemen volgens de onderzoekers de afgelopen jaren af en de leegstand van de panden neemt toe.

Vergelijking met Amersfoortse Langestraat

De onderzoekers vergeleken de Utrechtse Steenweg tijdens het project met de Langestraat in Amersfoort. Die straten tonen veel overeenkomsten. Zo liggen ze in een historisch centrum, is een groot deel van de bezoeker 'funshopper' en zijn de straten vergelijkbaar qua breedte.

Op de Amersfoortse Langestraat bleken mensen echter veel meer activiteiten te ondernemen dan op de Steenweg: winkels werden vaker bezocht en de mensen stonden vaker stil om bijvoorbeeld in etalages te kijken.

Volgens het onderzoek speelt de inrichting van de straat een belangrijke rol bij het gedrag van de bezoekers. Zo zorgen horizontale lijnen in de bestrating ervoor dat mensen eerder geneigd zijn naar een winkel te kijken terwijl verticale lijnen stimuleren om door te lopen.

De Langestraat in Amersfoort.

De Steenweg in Utrecht.

Brede middenstrook werkt in nadeel Steenweg

Zowel de Steenweg als de Langestraat heeft verticale lijnen in de bestrating, maar in Amersfoort zijn de zijstroken een stuk breder. In Utrecht is de middenstrook weer relatief breed. Hierdoor voelt het op de Langestraat natuurlijker om dicht langs de winkels te lopen. Uit het onderzoek blijkt dan ook dat op de Steenweg de meeste mensen in het midden van de straat lopen, waardoor de afstand tot de winkel groter is.

Ook speelt het karakter van de straat een rol. Volgens de onderzoekers is de Steenweg stedelijk en onpersoonlijker. Hierdoor voelt de bezoeker zich mogelijk minder thuis, wat weer tot een lager activiteitenniveau leidt.