Het bestuur van de Utrechtse moskee alFitrah reageerde zondag via Facebook op het onlangs verschenen onderzoeksrapport van het Verwey-Jonker Instituut. Het rapport is volgens de moskee "gebaseerd op onjuistheden, onwaarheden, valse verklaringen, schendingen van afspraken en politiek gestuurde belangen".

Voor het onderzoek is gesproken met vijftig buitenstaanders die bij de moskee betrokken zijn of zijn geweest, zoals (ouders van) ex-leerlingen en professionals uit de wijk.

Volgens de onderzoekers krijgen de leerlingen met leeftijden van vier tot en met twaalf jaar "een zwart-witte visie op de islam voorgeschoteld, die geen rekening houdt met de Nederlandse samenleving". De kinderen leren in de moskee in de Utrechtse wijk Overvecht dat ze "afstand moeten houden van hetgeen niet islamitisch is".

Uit het onderzoek is niet gebleken dat alFitrah actief aanzet tot radicalisering of geweld, maar de onderzoekers denken dat het gedachtegoed van de moskee daar wel een voedingsbodem voor kan zijn.

Moskee: 'Rapport is haatcampagne tegen islam'

Het bestuur van de moskee noemt het rapport "een onderdeel van een politiek gedreven haatcampagne tegen de islam". De interviews die het onderzoeksinstituut heeft gevoerd, zijn volgens alFitrah onbetrouwbaar.

Volgens het bestuur van de moskee is het rapport "niet wetenschappelijk, maar gebaseerd op verhaaltjes en praatjes van onder meer 'anonieme mensen' die onderbuikgevoelens hadden en om welke reden dan ook, zich negatief hebben willen uiten over alFitrah".

Bestuur wil juridische stappen nemen

Het bestuur verweert zich tegen de conclusie dat de moskee bij het geven van onderwijs de wet zou overtreden. De constateringen zouden zijn "gelogen" en "haaks staan op het beleid van alFitrah".

Bemoeienis van de Staat met het onderwijs op de school is volgens alFitrah een schending van de vrijheid van godsdienst. "De moslims zijn een volwaardig onderdeel van de maatschappij met alle rechten en vrijheden die elke burger heeft; vanuit dit uitgangspunt worden onze leerlingen onderwezen."

Het bestuur zegt verder juridische stappen te nemen tegen iedereen die heeft meegewerkt aan de totstandkoming van het rapport.