Er kan nooit meer gezwommen worden in de Nedereindse Plas. Het is volgens de gemeente te duur om te blijven investeren in de sanering van de vervuilde plas. De omgeving wordt wel beter ingericht voor recreëren.

De Nedereindse Plas bestaat uit twee diepe plassen die zijn ontstaan door zandwinning, namelijk de West- en de Oostplas. In de periode van 1964 tot 1988 is er verontreinigd afval, zoals bouw- en sloopafval, huishoudelijk afval, chemisch afval en verontreinigde grond in de plassen gedumpt.

In 2007 werd daarom gestart met saneren in de westelijke plas. Eind december 2016 was de sanering van de Westplas klaar en werd het water in en rond de Nedereindse Plas in de gaten gehouden om te zien of de sanering goed zijn werk blijft doen.

De resultaten van onderzoeken en de monitoring van de kwaliteit van het oppervlaktewater in de afgelopen vijftien jaar tonen aan dat er in de Westplas, ook na fysieke afdekking van het stortfront, af en toe een verhoogd gehalte aan verontreinigde stoffen gemeten wordt.

Ook de steile oevers en obstakels in de plas zorgen voor onveilige situaties. Daarom is besloten dat zwemmen onwenselijk is. Andere vormen van recreatie, zoals wandelen en fietsen blijven wel mogelijk.

Noordelijke oever eind 2019 ingericht

Twee jaar geleden werd er geld beschikbaar gesteld door de gemeente Utrecht voor aanvullend onderzoek, waaronder de saneringsmogelijkheden voor de Oostplas en de kwaliteit van het oppervlaktewater in beide plassen.

De belangrijkste conclusie is dat volstaan kan worden met monitoring van de waterkwaliteit in de Oostplas in plaats van het stortfront te saneren, zoals bij de Westplas is gedaan.

Eind 2019 wordt naar verwachting de noordelijke oever van de Westplas definitief ingericht in overleg met het recreatieschap Stichtse Groenlanden. Daarna worden de laatste bouwhekken van de uitgevoerde sanering weggehaald.