Tijdens de vervanging van warmteleidingen vlakbij Lepelenburg, zijn delen van de middeleeuwse Utrechtse stadsmuur tevoorschijn gekomen De restanten dateren uit verschillende perioden, maar vooral de vondst van de eerste stadsmuur van Utrecht uit de twaalfde eeuw is bijzonder.

Het is de eerste keer dat er delen van deze oudste fase van de muur van de stadsverdediging zijn gevonden. De muur was bedoeld om Utrecht te beschermen voor aanvallen van buitenaf. De muur is gebouwd op de aarden wal die in eerste instantie werd opgeworpen, tegelijkertijd met het graven van de gracht rondom de stad. Dit gebeurde vanaf 1122, toen Utrecht stadsrechten kreeg.

Op strategische plekken werden diverse torens en vier stadspoorten van tufsteen gebouwd, een steensoort van vulkanisch materiaal. Later werd daar geleidelijk de tufstenen muur aan toegevoegd. Op sommige plekken werd deze muur op de aarden wal gebouwd. Ook bij Lepelenburg blijkt dit het geval te zijn.

Vanaf de dertiende eeuw werd de tufstenen muur vervangen door een zwaardere en hogere bakstenen stadsmuur. Aan de achterzijde was deze voorzien van een zogenoemde weergang op bogen. Via deze weergang konden mensen die op wacht stonden over de muur lopen.

Werkzaamheden worden aangepast

Bij de recente graafwerkzaamheden is een van de pijlers tevoorschijn gekomen waar deze bogen op rustten. Verderop in het park, in het Hiëronymusplantsoen, is een aantal van deze bogen bovengronds bewaard gebleven.

De resten worden gedocumenteerd en de werkzaamheden worden zodanig aangepast dat de resten in de grond behouden kunnen blijven.