Het Openbaar Ministerie (OM) heeft een werkstraf van honderd uur en een voorwaardelijke celstraf van twee maanden geëist tegen de 32-jarige man uit Zeist die in februari twee keer een nepbom bij het gebouw van de Rabobank in de Utrechtse wijk Kanaleneiland plaatste. De man verklaarde woensdag in de rechtbank dat gedaan te hebben om onder gesprekken met de bank uit te komen.

De verdachte plaatste op 5 februari een pakket omwikkeld met ducttape bij het gebouw van de bank. Op het pakket was een klok bevestigd. Het kantoor werd ontruimd en de omgeving werd afgezet. Uiteindelijk bleek het om een nepbom te gaan.

Op 18 februari plaatste de man opnieuw een nepbom bij het bankgebouw. Dit keer zat de nepbom in een koffer. Twee pakketten die in de koffer zaten, waren verbonden met stroomdraden. Ook knipperde een rood lichtje. De Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) kwam ter plaatse, het tramverkeer werd stilgelegd en autoverkeer werd omgeleid. Ook moesten 44 woningen worden ontruimd en werden 200 mensen geëvacueerd.

De verdachte werd na sporenonderzoek en aan de hand van camerabeelden op 20 februari aangehouden. Hij verklaarde in de rechtbank dat hij onder gesprekken met de bank uit wilde komen. Die gesprekken gingen over ongeregeldheden met een rekening.

Man moet als verminderd toerekeningsvatbaar worden beschouwd

De man heeft naast financiële problemen ook psychische problemen. Deskundigen adviseren om de man als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Dit is door de officier van justitie dan ook meegenomen in de eis, net als de financiële gevolgen en de maatschappelijke onrust.

Het OM wil naast de werkstraf en de voorwaardelijke celstraf dat de man zich laat behandelen.