Het Stedelijk Overleg Gehandicapten Utrecht (SOLGU) zegt dat de Uithoflijn niet voldoet aan de wettelijke norm voor hoogteverschil tussen tramvloer en perron. De nieuwe tram zou daardoor ontoegankelijk zijn voor veel rolstoelgebruikers.

SOLGU, de spreekbuis van iedereen in Utrecht met een handicap of chronische ziekte, trekt in het AD aan de bel over de situatie bij de tramlijn. Metingen tonen volgens SOLGU aan dat de wettelijke norm voor het hoogteverschil tussen tramvloer en perron ruim wordt overschreden.

De provincie Utrecht zou eerder op de hoogte zijn gesteld van de metingen. Daarop zou de provincie met ervaringsdeskundigen willen testen of het hoogteverschil tot problemen leidt.

Op de website meldt SOLGU dat geen goed idee te vinden, omdat de huidige situatie niet aan de wettelijke normen voldoet. "Wanneer met ervaringsdeskundigen een test wordt gedaan, kan het zijn dat de uitkomst is 'dat het in de praktijk wel meevalt bij sommige rolstoelgebruikers'. Dan hebben we geen poot meer om op te staan." Het SOLGU wil dat er eerst een "deugdelijke onafhankelijke meting" wordt gedaan.

Al eerder schriftelijke vragen gesteld over toegankelijkheid

Vorige maand zijn door GroenLinks ook al schriftelijke vragen gesteld over de toegankelijkheid van de nieuwe tramlijn in de provincie. Er is een Europese grenswaarde voor een hoogteverschil van maximaal 5 centimeter. Dat blijkt echter al lastig voor de minder behendige rolstoelgebruikers.

De partij pleit daarom voor een hoogteverschil van maximaal 2 centimeter. GroenLinks ontving ook de signalen dat uit eerdere proefmetingen bij proefritten van tram 22 bleek dat zelfs aan de norm van 5 centimeter nog niet wordt voldaan.

Loopplank bij nieuwe trams niet mogelijk

Momenteel wordt op het bestaande tramtraject richting Nieuwegein een loopplank geplaatst door de bestuurder. Bij de nieuwe trams zou dit niet mogelijk zijn doordat de afstand tussen de voorste deur en de trambestuurder te groot is.

Het is nog niet duidelijk wanneer de tram met passagiers gaat rijden. De projectleiders spraken in juni van een mogelijke start in de maand juli. Dit werd later echter weer bijgesteld. Nu wordt er gesproken over ingebruikname in het najaar.